Hemodialyse is een behandeling die het bloed zuivert en overtollig vocht verwijdert (hemo = bloed; dialyse = scheiding van stoffen). Dat gebeurt in een kunstnier die aan een dialysemachine is verbonden. Om te kunnen dialyseren is een toegang nodig tot de bloedbaan. Meestal is dit een shunt. Hemodialyse kan in het ziekenhuis plaatsvinden of thuis. De behandeling is meestal overdag en minimaal 3 keer in de week gedurende 4 tot 6 uur. Ook bestaat de mogelijkheid om ’s nachts te dialyseren. Hemodialyse leidt tot bloedwaardes die vergelijkbaar zijn met een nierfunctie van ongeveer 20%. Na een dialyse kan iemand een dialysekater hebben.
Kunstnier
Een kunstnier is een buis met daarin een filter. Het filter bestaat uit heel veel dunne buisjes die half doorlaatbaar zijn. Via een slang stroomt het bloed uit het lichaam door de buisjes in de kunstnier. In omgekeerde richting stroomt spoelvloeistof langs de buisjes. De spoelvloeistof wordt ook wel badwater genoemd. 
De spoelvloeistof is zo samengesteld, dat het de afvalstoffen uit het bloed aantrekt en ook het overtollige vocht. Om te voorkomen dat bepaalde stoffen uit de spoelvloeistof weer terugstromen in het bloed, is de druk van de spoelvloeistof lager dan de druk in het bloed. Het gezuiverde bloed verlaat de kunstnier via een slang en stroomt terug in het lichaam. Het verzadigde spoelwater loopt via een slang weg in een afvoer. De kunstnier wordt weggegooid. Bij een behandeling van 3 tot 4 uur stroomt het bloed 8 tot 12 keer door de kunstnier.
Dialysemachine
De kunstnier is aan een machine gekoppeld. Er wordt wel eens gedacht dat de machine de kunstnier is, maar dat is niet zo. Het bloed stroomt alleen door de kunstnier en niet door de machine.
De dialysemachine verwarmt de spoelvloeistof, zodat tijdens de dialyse de temperatuur van het bloed niet teveel daalt. De machine regelt ook dat het bloed en de spoelvloeistof met de juiste druk door de kunstnier stromen. Daarnaast controleert de machine allerlei zaken en geeft die informatie weer op een schermpje.
De dialysemachine werkt op stroom. In de machine zit een batterij die de stroomvoorziening overneemt als de elektriciteit onverhoopt uitvalt. Daarnaast hebben alle ziekenhuizen een noodstroomagregaat. Bij stroomuitval start dat binnen enkele minuten op.
In het volgende artikel over de geschiedenis van Hemodialyse kunt u meer lezen over de werking van een dialysemachine:
Toegang tot de bloedbaan
Bij hemodialyse is een toegang tot de bloedbaan nodig. Het bloed met met voldoende kracht en snelheid door de kunstnier stromen. Daarvoor is een shunt nodig. In noodgevallen wordt ook wel gebruik gemaakt van een katheter.
Shunt
Om toegang tot de bloedbaan te krijgen is een gewone ader niet geschikt. Die is niet stevig genoeg om elke keer aangeprikt te worden. De druk in een ader is ook niet hoog genoeg voor dialyse. Daarom wordt er een shunt aangelegd. Dit is een verbinding van enkele centimeters tussen een ader en een slagader. Dit gebeurt in een kleine operatie, meestal onder plaatselijke of algehele verdoving. Door een shunt stroomt meer bloed dan door een ader en de druk op de aderwand neemt toe. De ader kan dikker worden en wat gaan uitstulpen. Meestal wordt een shunt aangelegd in de onderarm.
Het duurt een aantal weken (ongeveer zes) voordat de shunt sterk genoeg is om te worden aangeprikt. Er wordt ook wel gezegd dat een shunt moet ‘rijpen’. Het aanprikken van de shunt kan pijnlijk zijn.
Een shunt is kwetsbaar. De volgende adviezen helpen om de shunt in goede conditie te houden:
- Til geen zware dingen met de arm waarin de shunt zit.
- Vermijd beschadiging van de huid over de shunt door te krabben of bij het spelen met een huisdier.
- Doe geen sporten waarbij de shunt kan beschadigen, zoals volleybal. Zwemmen is geen enkel probleem.
- De bloeddruk mag niet gemeten worden aan de shuntarm. Niet elke hulpverlener is hiervan op de hoogte. U moet dit dan zelf noemen.
- Uit de shunt en shuntarm mag geen bloed geprikt worden. Ook hierbij geldt: niet elke hulpverlener is hiervan op de hoogte. U moet dit dan zelf noemen.
Katheter
Toegang tot de bloedbaan kan ook worden verkregen via een katheter. Dit is een heel dun en lang slangetje dat in een slagader wordt ingebracht. Dit gebeurt meestal onder algehele verdoving. Het einde van de katheter, 20-30 cm. blijft buiten het lichaam. Hierop worden de slangen naar de kunstnier aangesloten.
Een katheter heeft een aantal nadelen. De huid rondom de katheter kan gaan ontsteken. Daarom is goede persoonlijke hygiëne van belang. Tijdens douchen moet de katheter worden afgeplakt en zwemmen mag niet. Een katheter wordt daarom alleen gebruikt in noodgevallen.
De duur van hemodialyse
Hemodialyse gebeurt meestal drie keer in de week voor de duur van 4 uur per keer. Soms duurt de behandeling 5 uur. De duur wordt vastgesteld in overleg met de patiënt en is mede afhankelijk van de medische gegevens over uw lichaam. In sommige dialysecentra is het mogelijk om ’s nachts te dialyseren. Het gaat meestal om vier of vijf nachten per week. De dialysetijd is ook langer, meestal 7 tot 8 uur.
Een aantal nierpatiënten wil liever korter dialyseren omdat ze dialyse een belasting vinden, maar langer dialyseren leidt wel tot betere resultaten. Nierpatiënten voelen zich er ook beter door. De bloeduitslagen zijn beter en de vochtbeperking en het dieet is dan minder streng.
De plaats van hemodialyse
Hemodialyse kan in een dialysecentrum gebeuren of thuis. De behandeling is dan ook voor een deel verschillend. Bij behandeling in het ziekenhuis ligt de verantwoordelijk voor de behandeling bij het ziekenhuis, bij behandeling thuis heeft iemand zelf de regie. Voor informatie over hemodialyse thuis zie de link thuishemodialyse. Hieronder informatie over dialysecentra.
In het hele land zijn dialysecentra, vaak een afdeling in een ziekenhuis. Er zijn ook zelfstandige dialysecentra en particuliere dialysecentra. Alle dialysecentra in Nederland zijn verplicht aan kwaliteitseisen te voldoen. Er moet bijvoorbeeld altijd een nefroloog beschikbaar zijn. In sommige particuliere centra is een nefroloog alleen op afroep beschikbaar.
Een aantal dialysecentra bieden hun patiënten de keuze om actief of passief te dialyseren. Bij passieve dialyse stelt de dialyseverpleegkundige de machine in, bij actieve dialyse doet de patiënt dit voor een deel zelf. Actieve dialyse is geschikt voor patiënten die graag een actieve rol in de behandeling willen.
Bij dialyseren in een centrum worden behandeldagen en -tijden afgesproken. Hiervan afwijken kan meestal alleen bij hoge uitzondering. Voor mensen die werken is het belangrijk dat de dialysetijden goed aansluiten bij de werktijden. De Patiënten Desk van de NVN geeft hierover advies.
Drinken
Bij hemodialyse geldt een vochtbeperking. Het niet naleven van de vochtbeperking kan ernstige lichamelijke gevolgen hebben. Hoeveel vocht er tijdens een dialyse verwijderd moet worden, wordt vastgesteld aan de hand van iemands drooggewicht. Dit is het gewicht zonder overtollig vocht. Het wordt onder andere vastgesteld aan de hand van de bloeddruk.
Tijdens een hemodialyse kan een beperkte hoeveelheid vocht worden verwijderd. Iemand mag niet meer dan deze hoeveelheid vocht drinken, want teveel vochtophoping kan leiden tot lichamelijke schade. Teveel vochtophoping wordt ook wel overvulling genoemd. Bij overvulling kan het hart kan uitzetten. Daardoor kan het het bloed minder goed rondpompen. As het bloed teveel vocht gaat bevatten, kan het zuurstof minder goed transporteren. Iemand merkt hier in eerste instantie niets van, maar op de lange termijn zijn deze situaties levensbedreigend.
Hoe streng de vochtbeperking is hangt af van het aantal dialyses per week. Bij dialyse drie keer in de week mag iemand meestal maxmaal een half liter vocht per dag gebruiken. Koffie, thee en andere dranken tellen mee, maar ook het water bij de medicijnen en soep en toetje. Bij langdurige dialyse, bijvoorbeeld 8 uur, is de vochtbeperking minder streng. De nefroloog bespreekt met u hoeveel vocht u in uw situatie mag gebruiken. De diëtist kan tips geven voor het naleven van de vochtbeperking. Voor vrijwel alle patiënten is de vochtbeperking ingrijpend en het vereist veel discipline om die na te leven. Dat geldt nog sterker in gezelschap, want eten en drinken hoort vaak (vanzelfsprekend) bij de gezelligheid.
Dieet
Hemodialyse haalt afvalstoffen uit het bloed. De behandeling kan dat echter lang niet zo goed als gezonde nieren. In het bloed blijven nog veel afvalstoffen achter. Om de hoeveelheid afvalstoffen in het bloed niet te hoog te laten worden, geldt er bij hemodialyse een dieet. Voedingsstoffen waarin natrium en kalium voorkomen, mogen maar beperkt gebruikt worden. Natrium zit in keukenzout, in blikgroente en in kant-en-klare producten. Kalium zit in koffie, aardappelen, rauwe groenten en fruit. Om het dieet na te leven, is er vaak een verandering in kook- en eetgewoonten nodig. Er is veel discipline nodig om de dieetregels na te leven. Dat geldt nog sterker in gezelschap, want samen eten en drinken hoort vaak (vanzelfsprekend) bij de gezelligheid. De nefroloog bespreekt met u welk dieet in uw situatie nodig is. Een diëtiste geeft hulp en tips om het toe te passen.
Voldoende eiwit
Bij hemodialyse komen elke keer wat aminozuren in de spoelvloeistof terecht. Aminozuren zijn bouwstoffen van eiwit. Het is dan ook belangrijk dat iemand voldoende eiwitten blijft eten. De richtlijn is 1 tot 1,2 gram eiwit per kilogram streefgewicht. Dit is altijd nog minder dan de hoeveelheid eiwit in het algemeen gebruikelijke voedingspatroon.
Ondervoeding is onwenselijk. Daarom is het belangrijk voldoende eiwitten te eten. Maar te veel eiwitten is ook niet goed. Dit leidt tot te veel verbranding en een te hoog ureumgehalte, omdat uw nieren niet in staat zijn alle ureum te verwijderen. Dit is ook schadelijk.
Overleg goed met uw nefroloog en diëtiste om de gulden middenweg te vinden.
Medicijnen
Er zullen ook medicijnen voorgeschreven worden. Zo wordt het stofje fosfaat onvoldoende in de dialysevloeistof opgenomen. Om dat stofje te verwijderen, worden medicijnen voorgeschreven (fosfaatbinders). Daarnaast kunnen medicijnen nodig zijn tegen hoge bloeddruk of bloedarmoede (twee keer in de week een injectie met epo).
Dialysekater
Hoe iemand zich na de dialyse voelt is erg verschillend. Het kan ook per dialyse verschillen. Sommige mensen voelen zich goed of redelijk goed, anderen kunnen zich katterig voelen, misselijk zijn of een licht gevoel in het hoofd hebben. Er wordt dan ook wel gesproken over een dialysekater.
De dialysekater ontstaat omdat in korte tijd de samenstelling van het bloed helemaal verandert. Ook kunnen er door de uitstroom en instroom van bloed grote schommelingen optreden in de bloeddruk. Een laatste reden is het (te) veel vocht ontrekken aan het bloed. Dit alles kan kramp, misselijkheid of duizeligheid tot gevolg hebben. Deze klachten kunnen zich ook na de dialyse voordoen (dialysekater). Bij grote bloeddrukdalingen kan iemand zelfs korte tijd bewusteloos raken.
Meestal verdwijnen de klachten na een paar uur. De meeste mensen voelen zich het beste op de dagen tussen de dialyses. Vrijwel iedereen houdt last van slepende vermoeidheid. Dat komt omdat dialyse leidt tot bloedwaarden die vergelijkbaar zijn met een nierfunctie van ongeveer 20%.
Problemen met de shunt
Er kunnen ook problemen met de shunt ontstaan. Na het afsluiten van de dialysemachine moet een shunt ongeveer 10 minuten worden afgedrukt. Toch kan de shunt gaan nabloeden. Opnieuw afdrukken is dan noodzakelijk.
Een shunt kan jarenlang goed blijven functioneren. Er kunnen ook problemen ontstaan, bijvoorbeeld een ontsteking of vernauwing. De problemen kunnen behandeld worden met medicijnen (bij een ontsteking) of met een kleine operatie (bij een vernauwing). Als de shunt helemaal niet meer werkt, moet een andere shunt worden aangelegd.
Ervaringsverhalen
Oktober 2005 verscheen in de Wisselwerking het Themanummer 'Hemodialyse', vol met ervaringsverhalen van nierpatiënten: