Onderzoek en behandeling

De behandeling van chronische nierfunctiestoornissen kan het beste gebeuren door een nefroloog. De behandelend arts zal een aantal onderzoeken laten uitvoeren om de nierfunctie vast te stellen. Deze onderzoeken kunnen ook gedaan worden om de oorzaak van een verminderde nierfunctie te achterhalen. De behandeling is gericht op behoud van de nierfunctie en het voorkomen of verminderen van complicaties. Bij een nierfunctie van 10 - 15% wordt dialyse of transplantatie nodig.

Meestal komen mensen eerst bij de huisarts. Die zal bloed en urine laten onderzoeken. Bij afwijkingen die kunnen duiden op nierproblemen, zal de huisarts doorverwijzen naar een specialist. Meestal is dit een nefroloog: een arts die zich na de internistenopleiding verder gespecialiseerd heeft in nierziektes en dialyse en transplantatie (nefrologie betekent: leer van de nierziekten).

Het verdient aanbeveling dat mensen met chronische nierproblemen zo snel mogelijk worden doorverwezen naar een nefroloog. De behandeling kan dan zo snel mogelijk beginnen. U kunt bij uw huisarts vragen om verwijzing naar een nefroloog.

Inhoudsopgave
Onderzoeken
Behandeling

Onderzoeken
Er zijn verschillende onderzoeken om de nierfunctie vast te stellen. De onderzoeken worden ook gedaan om vast te stellen welke ziekte de nierschade veroorzaakt.

Bloedonderzoek
Om vast te stellen hoe goed de nieren werken, vindt er als eerste onderzoek plaats van het bloed. Het bloed wordt met name onderzocht op kreatinine en ureum. Kreatinine is een afvalproduct van de spieren, ureum komt vrij bij de afbraak van eiwit. De nieren zuiveren deze stoffen uit het bloed. Te hoge waardes zijn een aanwijzing voor nieren die minder goed werken.

Onderzoek van urine
Er vindt ook onderzoek plaats naar eiwit in de urine. Normaal gesproken zit er geen eiwit in de urine. Als de urine wel eiwit bevat, kan dit een aanwijzing zijn voor verminderde nierfunctie.

Echo
Een echo is een onderzoek om de structuur van bijvoorbeeld organen in beeld te brengen. Dat gebeurt via geluidsgolven. Deze zijn niet te horen en niet te voelen. Ze geven wel een beeld over het functioneren van de nier en de doorbloeding. Als de nieren langere tijd niet goed werken, worden ze kleiner (schrompelnieren). Dit is ook op een echo te zien.

CT-scan
Bij een CT-scan worden afbeeldingen gemaakt van een deel van het lichaam, bijvoorbeeld van de nieren (CT betekent: computertomografie). Een röntgenbuis draait om het betreffende deel van het lichaam en maakt zo hele gedetailleerde dwarsdoorsnedes. 

Nierbiopsie
Bij een nierbiopsie wordt via een naald een klein stukje nierweefsel weggehaald. Dit gebeurt onder verdoving. Het advies is om na een biopsie een aantal uren rust te houden. Het ziekenhuis zal u hierover informeren. Het weggehaalde weefsel wordt onder een microscoop onderzocht. Zo blijkt welke nierschade er is en hoe omvangrijk die schade is.

 

Behandeling

Acuut nierfunctieverlies
Bij acuut nierfunctieverlies is onmiddellijke behandeling nodig om de nierfunctie weer op gang te brengen. Als het acuut nierfunctieverlies komt door slechte doorbloeding van de nier, wordt geprobeerd om die weer op gang te brengen. Bij een verstopping in de urinewegen wordt de afvoer van urine weer op gang gebracht via een katheter. Als de nierfunctie zich niet snel herstelt, is (tijdelijke) dialyse nodig.

Chronisch nierfunctieverlies
Als de nieren blijvend minder goed functioneren, richt de behandeling zich op behoud van de nierfunctie en op het voorkomen van complicaties. Als de nierfunctie achteruit blijft gaan, is het doel van de behandeling om dat proces te vertragen. Indien mogelijk zal ook de ziekte die de nierproblemen veroorzaakt worden behandeld.

Een goede bloeddruk en eiwitverlies in de urine tegengaan zijn de belangrijkste middelen om de nierfunctie zo lang mogelijk te behouden. De bloeddruk verlagen kan door minder zout te gebruiken en door medicijnen. Er zijn ook medicijnen om eiwitverlies tegen te gaan.

Chronisch nierfalen
Als de nierfunctie nog 30 of 40% is, is er sprake van chronisch nierfalen. Die is helaas onomkeerbaar. De nieren zullen niet meer herstellen en de nierfunctie zal verder achteruitgaan.

Hoe snel de nierfunctie achteruitgaat, verschilt van persoon tot persoon. De nierfunctie kan heel langzaam achteruitgaan of heel snel. Er kunnen ook periodes zijn waarin de nierfunctie stabiel blijft.

De behandeling is gericht op het vertragen van dat proces en op het voorkomen of verminderen van complicaties. Het regelen van de bloeddruk via een zoutbeperkt dieet en medicijnen is een belangrijk behandeldoel. Een ander doel is om de afvalstoffen in het bloed niet onnodig te laten oplopen. Dat gebeurt via een dieet waarbij iemand niet meer eiwitten eet dan het lichaam nodig heeft. (De hoeveelheid eiwitten in de dagelijkse voeding is meestal veel hoger dan nodig.) Om vochtophoping tegen te gaan kunnen plasmiddelen worden voorgeschreven. Via fosfaatmiddelen en vitamine D worden de hormonale veranderingen opgevangen. Injecties met EPO worden gegeven om bloedarmoede tegen te gaan.

Nierfunctievervangende behandeling
Bij een nierfunctie van 10 - 15% is een behandeling nodig die de nierfunctie overneemt. Dat kan via dialyse of via transplantatie.

Dialyse kan op twee manieren: via een kunstnier (hemodialyse) of via het buikvlies (peritoneaal dialyse).

In het algemeen zijn de resultaten van de verschillende dialysebehandelingen gelijk. Ze nemen de nierfunctie voor 10 - 15% over. Het is dus helaas een misverstand dat dialyseren dezelfde resultaten geeft als goedwerkende nieren. Iemand die dialyseert houdt altijd veel meer afvalstoffen in het bloed dan een gezond mens. De vermoeidheid van iemand die dialyseert is bijvoorbeeld vergelijkbaar met die van een gezonde persoon die ongetraind een marathon loopt.

Bij transplantatie krijgt iemand een nier van iemand anders. Een nier kan bij leven worden afgestaan of na iemands overlijden (postmortaal). Na een geslaagde transplantatie heeft iemand weer een nierfunctie die vergelijkbaar is met een gezond persoon. De andere kant van de medaille is dat er na een transplantatie complicaties kunnen optreden en er zijn vaak (ernstige) bijwerkingen van de medicijnen.