Onze woordenlijst omvat de verklaring van een groot aantal, in de omgeving van de nierpatiënt gebruikte, en veelal medische termen. Wij willen niet pretenderen dat deze lijst volledig is en blijven werken aan een constante uitbreiding en update. Mocht je onjuistheden constateren, nieuwe termen graag opgenomen willen zien, of tips hebben betreffende deze lijst, dan horen wij dat graag van je.
Webmaster@nvn.nl.

A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Z
A
A.P.D.
Automatische peritoneale dialyse: dialyse door het Peritoneum met spoelwater in de buikholte. Door gebruik van een machine met pomp en bewakingsfunctie, stroomt een bepaalde hoeveelheid spoelwater voortdurend door de buikholte. Bij verzadiging wordt deze spoelvloeistof vervangen. APD wordt meestal 's nachts uitgevoerd. Men noemt APD ook “CCPD” of Continue Cyclische Peritoneale Dialyse.
Abdomen
Het gedeelte van de romp tussen het middenrif en het bekken. Het bevat onder andere de darmen en andere spijsverteringsorganen waaronder ook nieren en lever.
Acidose
Een abnormaal hoge zuurtegraad van het bloed. Kan, bij lichte gevallen, behandeld worden door het innemen van natriumbicarbonaat.
Acne
Aandoening van de huid waarbij een ontsteking van de talgklieren optreedt. Sommige medicatie (cortisooonpreparaat) die toegediend wordt na transplantatie kan dit verschijnsel veroorzaken.
Acuut
"Plotseling". Meestal van tijdelijke aard.
Acuut nierfalen
Plotseling uitvallen van de functie van één of beide nieren.
ADH (Anti Diureticum Hormoon)
Dit hormoon wordt in de bijnieren aangemaakt, en remt de afscheiding van water uit het lichaam door de nieren. Bij een tekort aan dit hormoon zal het lichaam overmatig vocht uitscheiden door de nieren waardoor uitdroging kan optreden. Het gaat dan ook gepaard met een groot dorstgevoel. Door overmatig alcoholverbruik blokkeert men de aanmaak van dit ADH en ontstaan dezelfde symptomen.
Adrenaline
Hormoon aangemaakt in de bijnierschors. Adrenaline stimuleert onder andere de verhoging van het suikergehalte in het bloed en verhoogt de hartslag. Het levert als het ware een energieopstoot en is ook verantwoordelijk voor het rood aanlopen van het gelaat; het blozen.
Adrenoleukodystrofie (X-ALD)
Erfelijke stofwisselingsziekte ziekte (gebonden aan het X - chromosoom) die het zenuwstelsel aantast. Vaak zijn de bijnieren - die de adrenaline produceren - in het ziekteproces betrokken.
Albumine
In het bloed voorkomende eiwitten die in de lever geproduceerd worden. Ze hebben de eigenschap om bij temperaturen boven 65° C samen te klitten. Wanneer deze eiwitten in de urine voorkomen kan men ze, aan de hand van deze eigenschap, detecteren.
Door de helft van de urine op te warmen in een glazen buisje en deze nadien toe te voegen aan de niet verwarmde urine in een ander buisje zal, bij albuminurie, geen menging van beide vloeistoffen optreden. De verwarmde urine zal dan boven de koude heldere urine zichtbaar zijn als een troebele vloeistof. Deze test kan zonder risico door de patiënt uitgevoerd worden.
Albuminurie
Ook proteïnurie. Het voorkomen van eiwitten in de urine. Het wijst op een albuminelek in de nier en is veelal de eerste aanwijzing dat er een nierprobleem is.
Aldosteron
Hormoon dat in de bijnierschors wordt aangemaakt en nodig is om de balans tussen natrium en kalium in ons lichaam in evenwicht te houden. Het is bloeddrukverhogend.
Alkali
Een stof die een zuur kan neutraliseren. Men noemt het ook wel 'base' of 'loog'. Natriumbicarbonaat is een base.
Alkalische fosfatase
Alkalische fosfatase geeft niet de zuurtegraad van het bloed aan, maar is een enzym dat in je nieren de resorpsie van eiwit en suiker regelt. Bloed wordt in de nieren in twee fasen gefilterd, waarbij in een eerste fase een ruwe filtering plaatsvindt. In de tweede fase ondergaat dit filtraat nogmaals een "fijnfiltering" waarbij een teveel uitgefilterde hoeveelheid, voor het lichaam nuttige stoffen weer in het bloed worden opgenomen. Het enzym alkalische fosfatase speelt bij het transport van het laatste een rol.
Allergie
Ongewenste reactie van ons afweersysteem op stoffen die niet lichaamseigen zijn.
Een bekende allergie is de hooikoorts waarbij het lichaam extreem reageert op in de lucht voorkomend plantendeel, het stuifmeel (pollen).
Alvleesklier
Ook pancreas. Bij de spijsvertering horende, 12 tot 15 cm. grote, klier die het hormoon insuline produceert om de glucosespiegel (glucose = suiker) in het lichaam op peil te houden. Bij wegvallen van deze functie spreekt men van diabetes (suikerziekte).
Aminozuur
Organisch samengesteld zuur dat nodig is voor de opbouw van eiwitten en van onze cellen. Het bevat naast zuurstof, waterstof , koolstof en stikstof eveneens in bepaalde gevallen het element zwavel.
Amyloidose
Een toestand waarbij zich een proteïneachtige substantie ophoopt in de organen waardoor deze hun functie kunnen verliezen. Langdurige dialyse kan tot amyloidose leiden omdat de kunstmatige filters deze substantie niet uitfilteren. Komt soms spontaan voor bij het ouder worden (65+).
Anemie
Bloedarmoede waarbij te weinig rode bloedcellen in het bloed aanwezig zijn. Hierdoor krijgt het lichaam niet genoeg zuurstof en voelt men zich vermoeid, vertoont men bleekheid en kan de hartslag veranderen. Anemie komt steeds voor bij chronisch nierzieken.
Anesthesie
Medische specialisatie waarbij de anesthesioloog de patiënt voor een operatie in een toestand van algehele of plaatselijke verdoving brengt.
Aneurysma
Verwijding van een gedeelte van een arterie of slagader. Deze afwijking gaat nogal eens gepaard met polycystische nieren. Het is een gevaarlijke aandoening en kan, indien een scheur plaatsvindt in de hersenen tot de dood lijden. Aneurysma's kunnen door een N.M.R. en Angiografie zichtbaar gemaakt worden. Wanneer een aneurysma in de hersenen voorkomt dient, om bloeding door een scheur te voorkomen, deze te worden "geclipt".
Angiografie
Het, door middel van röntgenfoto's, zichtbaar maken van slagaders. Dit kan gebeuren door veneus (d.w.z. in de ader) een bepaalde contrastvloeistof in te spuiten of door het inbrengen van een katheter die deze contrastvloeistof tot in het onderzoeksgebied brengt. Voor onderzoek in de hersenen brengt men na een lichte verdoving van de huid, een katheter in langs de lies en voert die op tot aan de hersenen.
Angiospasme
Ook vaatkramp. Een samentrekken van een slagader waardoor de diameter verkleint. Het komt regelmatig voor bij Hemodialyse, met name in de shunt of fistel. Een plotseling afnemende doorstroming of het "platzuigen" van de fistel kan hiervan het gevolg zijn. Men vermindert dan de "flow" van de dialysepomp(en).
Anurie
Het niet aanwezig zijn vanurinelozing. Praktisch gezien spreken we al van anurie bij een urineproductie van minder dan 50 milliliter per dag. Ter vergelijking: normaal produceren de nieren 900-1500 ml urine per dag.
B
B.M.I.
De "Body Mass Index" wordt tegenwoordig algemeen beschouwd als de maatstaf om het ideale lichaamsgewicht van de mens te bepalen.
BMI = Lichaamsgewicht in Kg. / (Lichaamslengte in m) 2
Berekende waarden tussen 20 en 25 duiden een ideaal gewicht aan. Waarden lager dan 20 duiden op een ondergewicht. Waarden boven 25 duiden op overgewicht.
Bijnier
Een klier, deel uitmakend van de nier, die zorgt voor de aanmaak van onder andere de hormonen adrenaline en noradrenaline in het bijniermerg. Deze hormonen beïnvloeden ondermeer de bloeddruk. In de bijnierschors vindt de productie van corticosteroïden plaats. Dit zijn hormonen die een ondersteunende functie hebben bij het afweermechanisme van het lichaam.
Bilateraal
In twee richtingen. Ook tweezijdig.
Biopsie
De procedure waarbij een klein stukje weefsel van een orgaan (nier, blaas) wordt weggenomen voor microscopisch onderzoek.
Biotechnologie
Door het inbrengen van dierlijk of menselijk genetisch materiaal in bacteriën of gisten, kunnen bij voorbeeld hormonen in grote hoeveelheden kunstmatig aangemaakt worden. Door deze biotechnologische methode kan op vrij eenvoudige wijze een zuiver product gemaakt worden.
Blaas
Ballonvormige gespierd orgaan in het bekken voor tijdelijke opslag van urine. Bij het legen trekt het orgaan samen.
Bloedarmoede
Bloedarmoede kan op aan aantal manieren ontstaan, onder andere door buitensporig bloedverlies, door een bloedziekte maar ook door hormonale stoornis. Bloedarmoede betekent een tekort aan rode bloedlichaampjes in het lichaam.
Bloeddruk
Inwendige druk in het vasculaire systeem, het bloedvatenstelsel, van het lichaam. De druk wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de pompfunctie van het hart. Maar ook de toestand van de bloedvaten en van bepaalde organen, zoals de nieren, speelt hierin een belangrijke rol.
Een normale bloeddruk bedraagt 120 / 80 mm hg.
Bloedsuiker
In het bloed opgenomen suiker. Wanneer de waarden van suiker in het bloed niet meer door het lichaam in evenwicht worden gehouden spreekt men van diabetes (suikerziekte).
Buikvlies
Ook Peritoneum genoemd. Inwendige buikwandbekleding, half doorlatend en zeer rijkelijk voorzien van bloedvaten waardoor het uitstekend geschikt is om de filterfunctie van de nieren gedeeltelijk en tijdelijk te vervangen.
Buikvliesontsteking
Ontsteking van het buikvlies, algemeen voorkomend bij peritoneaaldialyse. Vereist dringende ziekenhuisopname voor behandeling.
C
C.A.P.D.
Continue Ambulante Peritoneale Dialyse: Dialyse door het Peritoneum met spoelwater dat in de buikholte wordt opgeslagen en bij verzadiging, vier tot vijf maal per dag dient te worden vervangen. De vervanging van het spoelwater gebeurt handmatig en door de wetten van de zwaartekracht. De patiënt heeft voortdurend spoelwater in de buik. Soms noemt men CAPD ook kortweg "PD".
C.C.P.D.
Continue Cyclische Peritoneale Dialyse: Dialyse door het Peritoneum met spoelwater in de buikholte. Door gebruik van een machine met pomp en bewakingsfunctie, stroomt een bepaalde hoeveelheid spoelwater voortdurend door de buikholte. Bij verzadiging wordt deze spoelvloeistof vervangen. CCPD wordt meestal 's nachts uitgevoerd. Men noemt CCPD ook "APD" of automatische peritoneale dialyse.
Cacchi Ricci Syndroom
Ook sponsnier genoemd. Het is een congenitale (aangeboren) cystische ziekte die haar oorsprong vindt binnen de niercellen. Door talloze kleine cysten in de medulla en een verwijding van de afvoerkanaaltjes, delen van een nephron, geeft de ziekte aan de nier een sponsachtig uitzicht.
Calcium
Of kalk, is een scheikundig element en is een lichtgeel metaal. Het is belangrijk voor de opbouw ven skelet en tanden. Zuivelproducten zijn goede leveranciers van calcium.
Calciumoxalaat
Chemische verbinding tussen calcium en oxaalzuur. De meeste nierstenen bestaan uit deze samenstelling.
Chronisch nierfalen
Traag en progressief verlies van de nierfunctie. Uiteindelijk resulterend in totaal verlies van de nierfunctie waardoor dialyse of transplantatie nodig wordt.
Cimino fistel
Duurzame chirurgische verbinding tussen lichaamseigen slagader en ader ter hoogte van de pols om bij hemodialyse toegang te realiseren tot de bloedbaan.
Congenitaal
Aangeboren. Reeds bij de geboorte of vroeger in het lichaam aanwezig.
Creatinine
Een afvalproduct van voedingseiwitten in vlees en van de spieren in het lichaam. Creatinine wordt door de nieren uit het bloed gefilterd. Bij nierfalen stijgt het creatininegehalte in het bloed (serumcreatinine).
Creatinine-klaring
Een test waarmee men meet hoe efficiënt de nieren het creatinine uit het bloed filteren. Een lage klaring betekent een verminderde werking van de nieren.
CT-Scan (computer tomografie)
Manier van medische beeldvorming waarbij het lichaam als het ware in schijfjes word getoond. Door eventuele toevoeging van contrastvloeistof kan een en ander nog beter zichtbaar worden gemaakt. Onder andere Cystennieren en andere niermisvormingen kunnen op deze manier goed zichtbaar worden gemaakt.
Cyste
Een met vocht gevulde holte in een orgaan. Kan overal in het lichaam voorkomen maar is vooral gevreesd in de nieren en de lever, waar het actieve weefsel totaal verdrongen kan worden door cysten.
Cystinurie
Bij cystinurie leidt een genetisch bepaalde resorptiestoring van een aantal aminozuren, waaronder cysteine, tot de vorming van cysteinestenen in de proximale niertubulus. De tubulus is een gedeelte van een nefron, de eigenlijke niercel.
D
Debiet
De hoeveelheid materie, vaste stof, gas of vloeistof, die per tijdseenheid voorbij een bepaald punt stroomt. Bij een goede hemodialyse wordt een debiet behaald van 20 l./h.
Diabetes (suikerziekte)
Een toestand gekenmerkt door hoge bloedsuikerwaarden. Deze ontstaan wanneer het lichaam onvoldoende suiker (glucose) kan opnemen. Insuline zorgt voor de opname van suiker in de cellen. Bij diabetes type 1 produceert de alvleesklier (pancreas) weinig of geen insuline. Bij diabetes type 2 is het lichaam resistent tegen de effecten van de beschikbare insuline.
Dialyse
Het proces waarbij het bloed kunstmatig gezuiverd wordt van afvalstoffen die ontstaan door het lichaam zelf en door opgenomen stoffen uit de omgeving: voedsel maar ook ademlucht. Hemodialyse en peritoneale dialyse zijn de twee vormen van kunstmatige bloedspoeling. Dialyse wordt ook "spoelen" genoemd. In tegenstelling tot wat veel gedacht wordt betekend spoelen niet het doorspoelen van de nieren.
Dialysevloeistof
Reinigende spoelvloeistof gebruikt bij beide vormen van dialyse. Een dialyseoplossing bevat dextrose (een suiker) en andere chemicaliën, waaronder een aan de patiënt aangepaste hoeveelheid kalium, die ook in het lichaam voorkomt. De dextrose trekt bij peritoneale dialyse vochtuit het lichaam in de spoelvloeistof. Bij hemodialyse gebeurt dit door drukverschil.
Dilatatie
Verwijden van bijvoorbeeld een bloedvat. Een fistel kan na verloop van tijd vernauwen. Om niet meteen over te gaan tot de constructie van een nieuwe fistel kan men de bestaande trachten op te rekken door middel van een ingebracht ballonnetje. Men noemt dit ook wel dotteren. Dit gebeurt ook vaak ter hoogte van het hart om een goede doorbloeding van de hartspier te verzekeren, en om een risico op een infarct uit te sluiten.
Dominant (genetisch)
Dominant wil zeggen dat ieder mens dier die genetisch gezien positief is voor een ziekte, bij voorbeeld cystennieren, dit ook tot uiting brengt, en dus cysten in de nieren heeft. Een mens die geen cysten in de nieren heeft, is dus ook genetisch vrij van die ziekte.
Dotteren
Verwijden van bijvoorbeeld een bloedvat. Een fistel kan na verloop van tijd vernauwen. Om niet meteen over te gaan tot de constructie van een nieuwe fistel kan men de bestaande trachten op te rekken door middel van een ingebracht ballonnetje. Men noemt dit ook wel dilatatie. Dit gebeurt ook vaak ter hoogte van het hart om een goede doorbloeding van de hartspier te verzekeren, en om een risico op een infarct uit te sluiten.
Drooggewicht
Door de nefroloog vastgesteld ideaalgewicht voor dialysepatiënten. Het wordt bereikt door bij dialyse een hoeveelheid vocht uit het bloed te verwijderen tot de ideale bloeddruk (120/70) is bereikt. Dit gewicht is het “drooggewicht” en bepaald het ultrafiltratievolume bij de dialyse.
Het drooggewicht is niet noodzakelijk hetzelfde als het ideale gewicht van de patiënt. Dat wordt bepaald door de BMI, of “Body Mass Index”.
E
Echografie
Met behulp van ultrasoon geluid wordt door weerkaatsing een beeld gevormd.
In tegenstelling tot röntgenfoto's word ook "zacht" weefsel, zoals de nier of andere organen zichtbaar.
Met de "doppler" echoscopie wordt de bloeddoorstroming zichtbaar gemaakt. Dit is te zien door rode en blauwe kleuren op de monitor van het toestel. Deze doorbloeding kan ook hoorbaar worden gemaakt. Men hoort dan een sterk ruisend geluid op het ritme van de hartslag.
Ectopisch orgaan
Is een orgaan dat zich, soms aangeboren, niet op zijn normale plaats in het lichaam bevindt. Meestal treden door deze ongewenste dislocatie ernstige vervormingen en functiestoornissen op. In zeer zeldzame gevallen treedt deze afwijking op bij tweelingen waarbij de organen ongelijk verdeeld zijn. Hierbij is er dan sprake van een of meer supplementaire organen die, bij één van deze tweelingen ectopisch zijn geplaatst, terwijl ze bij de andere ontbreken. Een getransplanteerde nier is door haar inplanting onderaan in de buik ectopisch geplaatst.
Elektrolyten
Chemicaliën die voorkomen in het lichaam en afkomstig zijn van afbraakprocessen van zouten, onder meer natrium, kalium, magnesium chloor enzovoorts. De nieren regelen de hoeveelheid van deze substanties in het bloed. Bij nierfalen raakt het evenwicht bij deze elektrolyten verstoord, wat ernstige gezondheidsproblemen kan opleveren. Dialyse kan dit probleem verhelpen.
Endogene stoffen
Bepaalde stoffen die eigen zijn aan het lichaam. Bijvoorbeeld ureum, lichaamseiwitten en door de alvleesklier aangemaakte insuline.
Endoscoop
"Kijkbuis" apparaat dat bestaat uit een dunne flexibele slang waardoor een miniatuurcamera in het lichaam wordt gebracht. De chirurg kan, bij een operatie, hierdoor de handelingen die hij in de gesloten buik uitvoert, op een monitor bekijken.
Endoscopie
Met behulp van een endoscoop het inwendige van organen en vaten onderzoeken.
Erythrocieten
Rode bloedlichaampjes. De rode kleur wordt veroorzaakt door het hemoglobine in de cellen.
Erythropoietine (EPO)
Een hormoon dat door de nieren wordt aangemaakt en het beenmerg stimuleert tot de aanmaak van rode bloedcellen. Een gebrek aan dit hormoon kan anemie veroorzaken. Aan nierpatiënten kan dit hormoon in kunstmatige vorm, intraveneus toegediend worden. Subcutane injectie van dit product werd begin 2003 verboden wegens ernstige negatieve bijwerkingen.
Exogene stoffen
Bepaalde stoffen die niet eigen zijn aan het lichaam. Zij worden in de een of andere vorm, door voeding, injectie en dergelijke aan het lichaam toegevoegd. Zouten en mineralen evenals bijvoorbeeld kunstmatige hormonen (insuline, erythropoeitine = EPO) behoren hiertoe.
Extracorporeel
Buiten het lichaam. Bijvoorbeeld bij hemodialyse wordt het bloed buiten het lichaam door een kunstnier gevoerd. De kunstnier en al haar aan- en afvoerleidingen betekenen de extracorporele bloedsomloop bij deze behandeling.
F
Fistel
Ook arterioveneuse fistel of shunt genoemd. Dit is een "niet-normale" verbinding tussen twee delen van het lichaam waar doorheen vloeistof kan stromen. Een Shunt legt een verbinding tussen een ader en een slagader en maakt het mogelijk een dialysemachine aan te sluiten op de bloedbaan van de patiënt.
Fosfor
Chemisch element. Het komt voor in vlees en kan in het lichaam gebonden worden door calciumcarbonaat of calciumacetaat. Vooral bij hemodialysepatienten wordt deze behandeling toegepast om een teveel aan fosfor uit het lichaam te verwijderen.
Fysiologische zoutoplossing
Het is een oplossing van keukenzout (natriumchloride) in water. De concentratie is zo afgesteld dat de osmolariteit ervan gelijk is aan die van bloedplasma. De zoutoplossing wordt gebruikt als infuus en injectievloeistof.
G
GFR Onderzoek (Glomerulaire Filtratie Ratio)
Onderzoek van de nieren waarbij men een, al dan niet, lichtradioactieve stof in een ader spuit. Om te voorkomen dat deze radioactieve stof door de schildklier wordt opgenomen krijgt de patiënt voor de behandeling een hoeveelheid jodium (kaliumjodide) toegediend. Dit zijn een paar drinkbare druppeltjes. Gedurende zes uur zal men dan op vastgestelde tijden bloed afnemen via een infuus en urine verzamelen. Uit de verhouding tussen de hoeveelheid nucleaire vloeistof die men terugvindt in de urine en het bloed kan men de filterfunctie van de nier bepalen. Bij gebruik van niet radioactieve stoffen voor dit onderzoek, beperkt men zich tot periodieke bloedafnames gedurende een paar uren.
Glomerulonefritis
Ontsteking (…itis) van de glomeruli (meervoud van glomerulus) Dit wordt het meest veroorzaakt door een auto-immuunziekte en wordt dan chronisch genoemd. Deze vorm is moeilijk te behandelen en leidt in vele gevallen tot dialyse. Een acute vorm kan ontstaan door een infectie, al dan niet veroorzaakt door een andere opgelopen ziekte. Men zegt dan dat die bepaalde ziekte op de nieren is gelagen. Dit is meestal van tijdelijke aard en is dan ook te genezen.
Glomerulus / glomeruli
Actief onderdeel van de nier, met name van het nefron, waar het bloed in de nier wordt gefilterd. De glomerulus bestaat uit kluwen van zeer fijne lusvormige bloedvaatjes.
H
Hematochriet
Naast hemoglobine (rode kleurstof) een belangrijk deel van de rode bloedcel. De normale hematochrietwaarde van het bloed bedraagt 0.50l./l.
Hematoom
Onderhuidse bloeduitstorting. Treedt op wanneer, bijvoorbeeld, het aanprikken of het afdrukken van een aanprikwond na dialyse niet op de juiste wijze gebeurt. In de volksmond: blauwe plek.
Hematurie
Een toestand waarbij bloed of rode bloedcellen in de urine aanwezig zijn.
Hemodialyse
Dialysemethode waarbij gebruik gemaakt wordt van een kunstnier. Meestal gebeurt dit in een ziekenhuis echter in Nederland kan dit ook thuis.
Hemofiltratie
Hemofiltratie is een nierfunctievervangende therapie waarbij het bloed in grote hoeveelheid wordt gefilterd. Het ultrafiltraat wordt hierbij geheel of gedeeltelijk vervangen door een substitutievloeistof (dilutievloeistof).
Hemoglobine
Hemoglobine (Hb) is een bloedeiwit dat voor zuurstoftransport in het lichaam zorgt. IJzer speelt een belangrijke rol als bestanddeel hiervan.
Hirsutisme
Overbeharing die vaak na gebruik van Cyclosporine (een afweeronderdrukker) ontstaat.
HLA (Humaan Leukocyten Antigen)
Weefseltypes op witte bloedlichaampjes die bij donor en ontvanger van een transplantaat moeten overeenkomen om afstoting na transplantatie te voorkomen.
Hormoon
Een natuurlijk chemisch product aangemaakt op een bepaalde plaats in het lichaam en vervoert met het bloed om bepaalde lichaamsfuncties te regelen of te activeren.
Nieren maken drie hormonen aan; erythropoietine, renine en een actieve vorm van de vitamine D, een calcium regulator voor het skelet.
Hydronefrose
Ook waternier genoemd. Verwijding van de nierkelken en het nierbekken door ophoping van urine. Dit kan ontstaan door obstructie van de urineafvoerwegen. Mogelijke oorzaken zijn onder andere nierstenen, prostaatvergroting en slecht werkende urethrakleppen, waardoor stuwing van de nieren ontstaat. Men behandelt dit door in eerste instantie de druk op de nier weg te nemen. Men maakt hiervoor gebruik van nefrostomie. Men plaatst een katheter die het overtollige vocht kan afvoeren. Alleszins zal de oorzaak van de obstructie, bijvoorbeeld een niersteen, chirurgisch verwijderd worden.
Hyperkaliëmie
Te hoge kaliumwaarde in het bloed (meer dan 5.3 mmol/l) waardoor een risico ontstaat op hartfalen bij de patiënt. Deze verhoging is meestal te wijten aan niet naleving van de kaliumarme dieetvoorschriften door de nierpatiënt. Het kan echter ook optreden door inname van bepaalde medicatie. Bij ernstige verhoging (K > 6.5 mmol/l) na hemodialyse wordt Na/Ca Kayexalaat aan de patiënt toegediend, wat het kalium aan de stoelgang bindt, om alsnog fatale hyperkaliëmie met hartfalen te voorkomen. Soms is extra dialyse vereist.
Hypertensie
Hoge bloeddruk. Dit kan zijn oorzaak vinden in te veel bloed (vocht) in de bloedvaten of vernauwing van deze bloedvaten.
Hypokaliëmie
Te lage kaliumwaarden in het bloed K < 3.5mmol/l.
I
I.V.P. (IntraVeneus Pyelogram)
Door contrastvloeistof in een ader in te spuiten maakt men, vanaf het nierbekken (Pyelum) tot aan de blaas, de urineafvoer zichtbaar op gewone röntgenfoto's.
IgA Nefropathie
Een nierstoornis veroorzaakt door neerslag van een eiwit (immunoglobuline A, IgA) in de glomeruli (zie aldaar). Het IgA eiwit is een antistof die tegen ziekten beschermd. Waarom deze soms neerslaat in de glomeruli is onbekend.
Immunosuppressivum
Een medicijn dat de normale afweer van het immuunsysteem onderdrukt. Immunosuppressiva (meervoud) worden gegeven aan patiënten die een transplantatie hebben ondergaan ter voorkoming van afstoting van het transplantaat en aan mensen met een auto-immuunziekte.
Immuunsysteem
Het systeem eigen aan het lichaam waarmee het zich beschermt tegen bacteriën en virussen of elk ander "vreemd" voorwerp. Dit kan gaan van een kleine splinter in de huid, die uitzweert, tot een getransplanteerd orgaan. Men noemt dit ook het afweersysteem.
Intramusculaire injectie
Inspuiting in het spierweefsel.
Intraveneuze injectie
Inspuiting in een ader of een vene.
J
J - Katheter
Een J - Katheter (J - Kath.) wordt in de urineleiders ingebracht om een vrije doorstroming van urine van de nieren naar de blaas te verzekeren. Dit voorkomt reflux van urine naar de nieren. Het is een buisje dat eenzijdig of dubbelzijdig omgebogen kan zijn. Bij ombuiging aan beide uiteinden spreekt men van een Dubbel J - katheter. De omgebogen delen kunnen zich in de nieren en/of in de blaas bevinden.
Jeuk
Een sensatie ontstaan door prikkeling van de kleinste zenuwuitlopers in de huid. Jeuk is verwant aan pijn. Komt vaak in ernstige mate voor bij nierpatiënten. Menthol in een aantal bereidingen als zalf of met talkpoeder kunnen enig soelaas brengen.
Jicht
Wordt veroorzaakt door urinezuurkristallen en is algemeen bekend bij nierpatiënten omdat hun nieren het teveel aan urinezuur niet voldoende uitfilteren. Door anurie (afwezigheid urinelozing) ontstaat er een verhoogde concentratie van urinezuur in het bloed, waardoor het mogelijk is dat deze kristallen zich ophopen in de gewrichten en hevige pijn veroorzaken. Ook door het gebruik van plaspillen kan het urinezuurgehalte in het bloed stijgen. Overmatig gebruik van alcohol kan eveneens een jichtaanval uitlokken. In de volksmond noemt men dit dan wel eens het "pootje". Urinezuur is een afvalproduct van DNA.
K
Kalium
Een algemeen voorkomend mineraal (zout), zowel in het lichaam als ook in voedsel.
Vooral rauwe groenten en fruit bevatten soms hoge doses kalium. De normale waarden voor kalium in het bloed liggen tussen 3.5 mmol/l en 5 mmol/l. Een te hoog als wel een te laag kaliumgehalte in het bloed kan gevaar opleveren (hartstilstand). In hoge concentratie is Kalium neurotoxisch.
Katheter
Buisje of slangetje dat in het lichaam wordt ingebracht met het doel om er lichaamsvloeistoffen aan te onttrekken of andere vloeistoffen aan toe te voegen. Het gedeelte dat na het aanprikken van de fistel of shunt in het bloedvat blijft gedurende de dialyse is een katheter. Ook het slangetje in de buik van de peritoneaal dialysepatiënt is een katheter.
Klaring
Filtering - Uitfilteringswaarde die de kwaliteit van het filteren weergeeft, uitgedrukt in procent- of in kwantiteit/tijd verhouding.
Bij nierfunctieonderzoek bepaalt men onder andere de Kreatinineklaring en de Ureumklaring uit stolbloed en urine.
Klier
Orgaan dat na stimulatie, specifieke stoffen (hormonen) aanmaakt en afscheidt in de bloedbaan. De bijnieren zijn zulke klieren die zich bovenaan de nieren bevinden. Zij produceren onder andere de hormonen adrenaline en noradrenaline, mede verantwoordelijk voor het regelen van de bloeddruk.
Kreatinineklaring
Deelfunctie van de nieren maar ook een test die, aan de hand van bloedmonsters voor en na de dialyse, de effectiviteit van de (hemo)dialyse moet uitwijzen. De normaalwaarden bij deze test zijn:
Voor mannen< 60 jaar : 90 – 140 ml/min
Voor vrouwen< 60 jaar : 80 – 125 ml/min
Voor mannen en vrouwen > 60 jaar : 50 – 100 ml/min.
Kt/V (ka-tee over vee)
Een omstreden formule om de kwaliteit van de dialyse te bepalen. Men houdt hierbij rekening met de efficiëntie van de dialysevloeistof, de dialyseduur en het totale volume aan ureum in het lichaam. Het is de maatstaf voor ureumklaring. De dialyseduur wordt bij deze formule, waarschijnlijk onterecht, niet meegerekend.
L
Laparascopie
Chirurgische ingreep waarbij men in de buikholte kijkt door middel van een flexibele buis, endoscoop genaamd, die na algehele narcose is ingebracht. Heel wat buikoperaties, waaronder de prelevatie van een donornier, worden op deze manier uitgevoerd. Dit omdat hierdoor grote insnijdingen in de huid vermeden kunnen worden en een sneller herstel volgt.
Leucocyten
Witte bloedlichaampjes.
M
Matchen
Het zoeken naar typeovereenkomsten in het HLA tussen een donororgaan en de eigenschappen van de ontvanger. HLA betekent Humaan Leukocyten Antigen: weefseltypes op witte bloedlichaampjes die bij donor en ontvanger van een transplantaat moeten overeenkomen om afstoting na transplantatie te voorkomen. Deze HLA moeten grotendeels overeenkomen wil men dat de transplantatie slaagt en dat het orgaan niet afgestoten wordt. De invloed van de HLA op afstoting is de laatste jaren sterk verminderd door betere medicatie.
Membraan
Half doorlatend weefsel dat vaten bekleedt en twee delen van het lichaam van elkaar scheidt. Een membraan kan werken als een filter het toelaat dat een substantie van het ene deel van het lichaam naar het andere gaat, terwijl andere deeltjes worden tegen gehouden.
Een kunstnier is een kunstmatig membraan dat afvalproducten uit het bloed filtert.
Mmol/l
Meeteenheid voor in het bloed opgenomen stoffen, zoals bijvoorbeeld suiker.
1 mmol = 18,02 mg. / dl. Deze meeteenheid is afhankelijk van de densiteit van de stof.
Mobiele nier
Ook Zwevende of Wandelende nier genoemd. Een abnormaal beweeglijke nier die de neiging heeft om bij het rechtop staan in de buikholte af te dalen. Hierdoor kan in zeldzame gevallen het afknikken van de ureter optreden met nierstuwing tot gevolg. Bij veelvuldig afknikken kan permanente beschadiging van de ureter optreden. Dit inzakken vormt ook een zware belasting van de bloedvaten die de nier bevoorraden.
MRSA Bacterie
Zeer gevreesde ziekenhuisbacterie. MRSA - Methicillin Resistant Staphylococcus aureus. Deze hardnekkige bacterie is resistent tegen haast alle antibiotica.
Myalgie
Spierpijnen.
N
Natrium
Een mineraal dat veelvuldig voorkomt, zowel in de natuur als in ons lichaam. Keukenzout bevat natrium in verbinding met chloor (NaCl). Zeezout bevat daarnaast ook een zeer groot aantal andere mineralen, die niet altijd gespecificeerd zijn.
Nefrectomie
Chirurgisch verwijderen van een nier. Bilaterale nefrectomie is het verwijderen van beide nieren.
Nefroloog
Medicus en internist die gespecialiseerd is in het behandelen van nierziektes.
Nefron
Een minuscuul deeltje van de nieren dat voor de werking ervan verantwoordelijk is. Iedere nier is opgebouwd uit een miljoen nefronen. Nefronen filteren het bloed en scheiden het overtollige vocht uit het bloed. (Onze benaming van dit orgaan is afkomstig van het Griekse woord "nefron", dat nier betekent).
Nefrotisch syndroom
Kan bij kinderen op elke leeftijd optreden, maar doet zich meestal voor ergens tussen het eerste en vijfde levensjaar. Lijkt vaker voor te komen bij jongens dan bij meisjes. Symptomen: eiwit in de urine en een laag eiwitgehalte van het bloed. Soms opzwelling door vocht (oedeem). Bij volwassenen met nefrotisch syndroom worden dezelfde symptomen gevonden als bij kinderen. Daarnaast ook vaak een te hoog cholesterolgehalte van het bloed. Het nefrotisch syndroom is idiopathisch (zonder bekende oorzaak en kan een voorbode zijn van een ziekte die de kleine bloedvaatjes aantast die in de nieren de urine maken (de glomeruli).
Nier
Boonvormig, vuistgroot en vlezig orgaan, dat zorgt voor de zuivering van het bloed en voor de aanmaak van verschillende noodzakelijke hormonen. Het product dat de nier via de blaas afscheidt heet urine. Het lichaam bevat twee nieren, hoog in het bekken, links en rechts naast de wervelkolom gelegen.
Nierbekken (Pyelum)
Bevindt zich binnen in de nier en is een opvangtrechter voor de urine uit de nierkelkjes. Het nierbekken gaat over in de urether of urineleider.
Nierfalen
Het onvoldoende of niet meer werken van de nieren. Hieraan kunnen talloze nieraandoeningen aan ten grondslag liggen. Nierfalen kan acuut en van tijdelijke duur zijn, maar ook chronisch en van blijvende aard.
Nierkelk
Holte in de nier waar de urine wordt opgevangen nadat deze door de nefronen uit het bloed werd gefilterd. De nierkelken monden uit in het nierbekken
Nierkoliek
Typische pijn voorkomend bij nierstenen, veroorzaakt door druk van de steen op de wand van de urineleider. Ook andere vewikkelingen van de urether kunnen deze pijn oproepen.
Niersteen
Steen die voorkomt in het urinaire systeem. Dus van de nieren via de urether naar de blaas. Een niersteen ontstaat uit in het lichaam voorkomende zouten en mineralen. De meeste nierstenen zijn samengesteld uit Calcium Oxalaat Monohydraat (CaC2O4).
Niersteenvergruizer
Met behulp van hoogfrequente en energierijke schokgolven wordt de niersteen gericht bestookt en verbrijzeld. Hierna kunnen de resterende niersteenfragmenten langs de natuurlijke weg (urineren) het lichaam verlaten. Om de schokgolven, die buiten het lichaam worden gegenereerd, goed te geleiden werd de patiënt vroeger in een waterbad gelegd. Tegenwoordig volstaat hiervoor een klein badje of een kussentje met gel. De behandeling is nagenoeg pijnloos.
O
Oedeem
Ophoping van vocht. Dit kan overal in het lichaam voorkomen. Bepaalde organen zoals de longen lopen bij oedeem een groot risico op functievermindering. Het treedt onder andere frequent op bij nierpatiënten die aan anurie (afwezigheid urinelozing) lijden. Vochtbeperking is daarom aan te raden. In sommige gevallen zal men oedeem behandelen met diuretica (plaspillen).
Oligurie
Verminderde urineproductie < 400 ml/24h.
Osmolaliteit
Osmolaliteit is een maat voor het aantal deeltjes dat opgelost is in een vloeistof, (verzadigingsgraad) bijvoorbeeld het water in het menselijk lichaam.
Osmolariteit
Een eigenschap van deeltjes in een oplossing. Door deling in primaire elementen zal, bijvoorbeeld, NaCl (keukenzout) de elementen natrium en chloor opleveren die afzonderlijk makkelijker door een half doorlatend filter afgezonderd kunnen worden. Elementair zijn deze bestanddelen immers kleiner dan hun samengestelde vorm. Bij hemodialyse maakt men van deze wetenschap gebruik om ze uit het bloed te filteren.
Osteodistrophie
Aftakeling van de skeletstructuur, bij niet behandeling leidend tot botbreuken. Bij werveldystrofie kan laesie (verlamming) optreden. Treedt op bij langere behandeling met cortisonen zoals na transplantatie. Calcium en vitamine D zouden hier milderend kunnen werken.
Oxaalzuur
Ook Oxalaat genoemd. Zie hieronder.
Oxalaat
Oxalaat of oxzaalzuur zit met name vooral in chocolade, rabarber, spinazie, postelein, noten, prei en citrusvruchten. Oxaalzuur bindt zich heel sterk aan calcium. Deze verbinding - calciumoxalaat - vindt men vaak terug in de vorm van nierstenen.
P
P.D.
Ook C.A.P.D. genoemd: Continue Ambulante Peritoneale Dialyse. Dialyse door het Peritoneum (buikvlies) met spoelwater dat in de buikholte wordt opgeslagen en bij verzadiging vier tot vijf maal per dag dient te worden vervangen. De vervanging van het spoelwater gebeurt handmatig en door de wetten van de zwaartekracht. De patiënt heeft voortdurend spoelwater in de buik.
P.E.T. - test
Afkorting voor “Peritoneal Equilibration Test”. Deze test is bepalend voor de verblijfsduur van de dialysevloeistof in het lichaam.
Pancreas
Ook alvleesklier genoemd. Bij de spijsvertering horende, 12 tot 15 cm. grote, klier die het hormoon insuline produceert om de glucosespiegel (glucose = suiker) in het lichaam op peil te houden. Bij wegvallen van deze functie spreekt men van diabetes (suikerziekte).
Percutane steenvergruizing
Met behulp van een echoapparaat wordt door de huid een kleine insnede gemaakt tot in de nier. Door hierin een kijkbuis te plaatsen en een trilsonde in te voeren tot bij de niersteen kan men deze kapot trillen waarna de fragmenten verwijderd kunnen worden. Eventuele restanten verlaten het lichaam langs de natuurlijke weg (urineren).
Peritoneaal
De ruimte tussen de organen in de onderbuik.
Peritoneale dialyse
Buikvliesspoeling waarbij de spoelvloeistof via een permanente katheter in de buikholte wordt ingebracht en na een bepaalde tijd weer wordt ververst.
Peritoneum
Ook buikvlies genoemd. Inwendige buikwandbekleding, half doorlatend en zeer rijkelijk voorzien van bloedvaten waardoor het uitstekend geschikt is om de filterfunctie van de nieren gedeeltelijk en tijdelijk te vervangen.
Peritonitis
Ook buikvliesontsteking genoemd. Ontsteking van het buikvlies, algemeen voorkomend bij peritoneaaldialyse. Vereist dringende ziekenhuisopname voor behandeling.
Plasmaferese
Dialyseachtige behandeling waarbij het bloedplasma (bloedvocht) wordt gescheiden van bloedcellen en bloedplaatjes. Uit dit vocht kan men onder andere antilichamen filteren. Na de behandeling voegt men er de bloedcellen en bloedplaatjes weer aan toe, en voert het vol bloed weer terug naar het lichaam.
Polycystische nier
Nier die aangetast is door een groot aantal cysten. Dit zijn met vloeistof gevulde holtes, die het actieve nierweefsel (de nefronen) verdringen. Uiteindelijk zal de normale functie van het orgaan hierdoor verloren gaan. Dialyse of transplantatie dringen zich op. Nieren met minder dan vijf cysten worden niet aanzien als polycystisch.
Polyneuropathie
Meervoudige aantasting van het zenuwstelsel. Bij nierpatiënten treedt dit vaak op door inwerking van een te hoog ureumgehalte in het bloed op het zenuwstelsel. Men noemt dit dan uremische polyneuropathie. Het slaat bij voorkeur en vooral in de lichaamsuiteinden toe.
Prelevatie
Het verwijderen van een orgaan (orgaanprelevatie) bij een donor voor transplantatiedoeleinden. Wanneer meerdere organen bij dezelfde donor worden verwijderd noemt men dit "multi-orgaan prelevatie.
Proteïnurie
Ook albuminurie. Een toestand waarin de urine een grote hoeveelheid eiwitten (proteïnen) bevat en duiden op een proteïnelek ter hoogte van de nieren. Een aanduiding van een verminderde (slechte) nierwerking.
Pyelum
Nierbekken. Het bevindt zich binnen in de nier en is een opvangtrechter voor de urine die door de nier wordt geproduceerd. Het nierbekken gaat over in de urether of urineleider.
Q
Quantum
Hoeveelheid (Latijn).
R
Reflux
Het terugstromen van de urine naar de nieren.
Renine
Een door de nieren afgescheiden hormoon dat de vochtbalans in het lichaam helpt bewaren en de bloeddruk mee regelt.
Renogram
Hierbij spuit men een licht radioactieve stof in een ader. Deze stof wordt door de nieren snel verwijderd. Door hiervan opnamen te maken kan men de functie van de nieren afzonderlijk onderzoeken. Bij bloed en urineonderzoek bekijkt men immers het resultaat van de werking van beide nieren.
Renoscopie
Hierbij kijkt men door middel van een klein buisje en een camera via de urineleider tot in het nierbekken. Omdat dit onderzoek nogal pijnlijk kan zijn en omdat de patiënt onbeweeglijk moet zijn gebeurt dit onderzoek onder algehele narcose. Men kan langs deze weg en voor verder onderzoek met behulp van een klein tangetje ook weefsel van de wand van het nierbekken halen.
Resorptie
Terugwinning van wat eerst afgescheiden was.
Resturese
Rest-urineproductie bij nierfalen.
Retrograat Pyelogram
Retrograat = tegen de stroom in. Via een heel klein slangetje voert men, van onder, een contrastvloeistof (zichtbaar op een röntgenfoto) via de ureter tot in het nierbekken. Soms geeft dit een beter resultaat bij beeldvorming dan de IVP methode.
S
Scribner shunt
In 1960 door Dr. Belding Scribner ontwikkelde, en uit kunststof vervaardigde verbinding tussen arterie en vene. Het was de eerste "duurzame" aanprikmogelijkheid in de beginjaren van de hemodialyse.
Serum
Verkorte vorm van bloedserum. Het is een heldere vloeistof die alle stoffen van het bloed bevat met uitzondering van de bloedcellen (zowel rode als witte) en de eiwitten nodig voor de stolling. Bij stolling van bloed is serum het restproduct. Bloedserum verschilt van bloedplasma omdat dit laatste wel stollingseiwitten bevat
Shunt
Ook fistel of arterioveneuse fistel genoemd.Dit is een "niet-normale" verbinding tussen twee delen van het lichaam waar doorheen vloeistof kan stromen. Een shunt legt een verbinding tussen een ader en een slagader en maakt het mogelijk een dialysemachine aan te sluiten op de bloedbaan van de patiënt.
Splint
Sonde, ook katheter.
Sponsnier
Ook Cacchi Ricci Syndroom genoemd. Het is een congenitale (aangeboren) cystische ziekte die haar oorsprong vindt binnen de niercellen. Door talloze kleine cysten in de medulla en een verwijding van de afvoerkanaaltjes, delen van een nephron, geeft de ziekte de nier een sponsachtig uitzicht.
Subcutaan
Onder de huid. Bijvoorbeeld: insuline-injecties tegen diabetes gebeuren subcutaan.
Sulferisch
Zwavelhoudend.
Syndroom
Complex van verschijnselen die kenmerkend zijn voor een bepaalde ziektetoestand. Er ligt steeds een mentale en/of lichamelijke afwijking aan de bron van een syndroom.
T
Toxines
In het lichaam aanwezige stoffen die, in te grote concentraties, giftig zijn voor het organisme. Men heeft endogene toxines (stoffen die eigen zijn aan het lichaam) en exogene toxines (stoffen die niet eigen zijn aan het lichaam).
Transplantaat
Ook allograft genoemd. Vervanging voor een niet meer werkend orgaan door een gezond orgaan. Een niertransplantaat kan zowel van een levende als van een overleden donor komen.
Transurethrale steenvergruizing
Vooral bij stenen in de urineleider is het mogelijk om deze van onder met een kleine kijkbuis te bereiken. Door deze kijkbuis kan een trilsonde worden gevoerd die de steen ter plaatse kan vergruizen. Zonder verdoving zou dit een pijnlijke ingreep zijn. Bovendien moet de patiënt tijdens de ingreep stil blijven liggen.
U
Ultrafiltratie
Het proces waarmee men met een hemodialysetoestel overtollig vocht uit het bloed verwijdert.
Ultrafiltratieratio
De hoeveelheid vocht die per tijdseenheid uit het bloed wordt verwijderd. Dit wordt uitgedrukt in ml/h. Een ratio van 500 ml/h na vier uren dialyse geeft een gewichtsvermindering aan van 2 kg
Ultrafiltratievolume
De totale hoeveelheid vocht die op een dialysebehandeling uit het bloed wordt verwijderd.
Uremie
Ziekte die ontstaat door opbouw van ureum in het bloed, omdat de nieren niet meer effectief werken. Symptomen zijn: braken, duizeligheid, gebrek aan eetlust, algemene zwakte en mentale verwarring. Indien niet behandelt zal de patiënt op zeer korte termijn aan bloedvergiftiging overlijden. Dialyse en/of transplantatie is bij terminaal nierfalen de enig mogelijke behandeling.
Urese
De aanmaak van urine door de nieren.
Ureter
Urineleider van de nier naar de blaas.
Urethra
Het kanaal waardoor urine uit de blaas, via de penis (bij mannen) of via een opening midden de vulva (bij vrouwen) wordt afgevoerd. Niet te verwarren met de urethers die de urine van het nierbekken naar de blaas leiden.
Urethraklep
Een plasbuisklep, een vliesachtige klep in het gebied van de kringspier, die de plasstroom gedeeltelijk blokkeert. Aangeboren vernauwingen van de blaasuitgang en de plasbuis kunnen al voor de geboorte en kort erna problemen veroorzaken. De meest voorkomende vernauwing vindt plaats bij de urethraklep bij jongens.
Ureum
Een afvalproduct van de afbraak van proteïnen door de lever. Ureum bevat ammonia en is daarom giftig voor het lichaam. Het moet snel door de nieren uit het bloed gefilterd worden en via de urine uitgescheiden worden. Bij nierfalen hoopt ureum zich op in het bloed en ontstaat uremie.
Ureumklaring
Deelfunctie van de nieren maar ook een test die, aan de hand van bloedmonsters voor en na de dialyse, de effectiviteit van de hemodialyse moet uitwijzen. Men hanteert hiervoor de Kt /v -formule. De klaringswaarde voor ureum uit stolbloed moet meer dan 70%. bedragen. Kreatinineklaring is betrouwbaarder.
Urine
Vloeibaar afvalproduct van het bloed dat door de nieren is uitgefilterd en dat via de urinelijders en de blaas
het lichaam verlaat. Urine bevat naast water een voor het lichaam overbodige hoeveelheid electrolyten. Een normaal urinedebiet (urese) bedraagt ongeveer 1500 tot 2000 ml/24h., afhankelijk van de vochtopname.
Urineanalyse
Een test waarbij menig probleem aan de urinewegen maar ook van andere systemen in het lichaam aan het licht kan komen. De urine kan worden getest op kleur, helderheid en concentratie. Eveneens kan men er sporen terug vinden van medicatie en drugsgebruik. Verder kan men de chemische samenstelling vaststellen, inclusief de aanwezigheid van proteïnen, suiker, bloedcellen, bacteriën en andere tekenen van ziekte of besmetting.
Urinewegen
Het systeem dat de afvalstoffen uit het bloed filtert en het buiten het lichaam afvoert in de vorm van urine. Tot de urinewegen behoren: de nieren en het nierbekken, de urineleiders (de ureters) en de urethra.
V
Vasculaire toegang
Algemene omschrijving voor een gebied op het lichaam waar toegang kan worden gerealiseerd tot de bloedbaan. Dit om bijvoorbeeld een dialysetoestel aan te sluiten.
Vene
Ader die het bloed van het lichaam terug voert naar het hart.
W
Wandelende nier
Ook zwevende of mobiele nier genoemd. Een abnormaal beweeglijke nier die de neiging heeft om bij het rechtop staan in de buikholte af te dalen. Hierdoor kan in zeldzame gevallen het afknikken van de ureter optreden met nierstuwing tot gevolg. Bij veelvuldig afknikken kan permanente beschadiging van de ureter optreden. Dit inzakken vormt ook een zware belasting van de bloedvaten die de nier bevoorraden.
Waternier
Ook hydronefrose. Verwijding van de nierkelken en het nierbekken door ophoping van urine. Dit kan ontstaan door obstructie van de urineafvoerwegen. Mogelijke oorzaken zijn onder andere nierstenen, prostaatvergroting en slecht werkende urethrakleppen, waardoor stuwing van de nieren ontstaat. Men behandelt dit door in eerste instantie de druk op de nier weg te nemen. Men maakt hiervoor gebruik van nefrostomie. Men plaatst een katheter die het overtollige vocht kan afvoeren. Alleszins zal de oorzaak van de obstructie, bijvoorbeeld een niersteen, chirurgisch verwijderd worden.
X
Xenotransplantatie
De techniek waarbij men gebruik maakt van dierlijk donormateriaal om bij de mens te transplanteren. Deze techniek staat nog in haar kinderschoenen maar biedt voor de toekomst mogelijk goede perspectieven voor het oplossen van het donor tekort.
Z
Zwevende nier
Ook Mobiele of Wandelende nier genoemd. Een abnormaal beweeglijke nier die de neiging heeft om bij het rechtop staan in de buikholte af te dalen. Hierdoor kan in zeldzame gevallen het afknikken van de ureter optreden met nierstuwing tot gevolg. Bij veelvuldig afknikken kan permanente beschadiging van de ureter optreden. Dit inzakken vormt ook een zware belasting van de bloedvaten die de nier bevoorraden.