Nierpatiënten testen tassen voor draagbare kunstnier

‘Deze draagband striemt!’, ‘Hier kan ik goed mee liggen’, ‘Als deze er ook in een kleinere maat is, zit hij goed’,  ‘Het materiaal moet soepeler.’ Met veel enthousiasme, maar ook met een kritische blik werden op woensdag 9 juni bij de NVN en de Nierstichting verschillende draagsystemen voor de draagbare kunstnier getest.

Ruim 30 mensen waren uit alle uithoeken van het land gekomen om de draagsystemen te testen. De draagbare kunstnier moet 24 uur per dag aangesloten kunnen zijn en zal ongeveer 2 kilo gaan wegen. Het is dus van groot belang dat hij goed meegenomen kan worden; het draagsysteem moet zo zijn dat de patiënt zo min mogelijk merkt van het gewicht dat hij met zich meedraagt, het moet comfortabel zijn en niet teveel zweten.

Daarnaast moet men er goed mee kunnen zitten, liggen en bewegen. En dat werd uitgebreid uitgeprobeerd: door het hele pand van de NVN en de Nierstichting liepen, zaten en lagen (op een riant luchtbed) mensen met allerlei verschillende tassen: rugzakken in allerlei formaten, heuptassen en schuin-gedragen tassen, onder één arm. Ook werd er buiten gewandeld en zelfs autogereden.

Na elke tas vulden de deelnemers, nierpatiënten met ervaring met verschillende vormen van dialyse, een vragenlijst in. De uitkomsten van deze test zullen meegenomen worden in de verdere productie van de kunstnier.

Mensen met belangstelling voor een draagbare kunstnier moeten helaas nog even geduld hebben; pas in 2014 zal het prototype gereed zijn. Daarna begint het testen van de kunstnier. Dit zal ongeveer 4 jaar in beslag nemen.

Terug