Bianka blogt: Chronisch politiek correct

Gepubliceerd op 05 juli 2018

Eerder in mijn columns heb ik over chronische nierpatiënten en lotgenoten geschreven. Politiek correct gezien, is dat eigenlijk fout. Mensen met een chronische nierziekte moet het zijn. Want je bent geen ziekte, je hebt een ziekte.

Nu zijn er wel ergere benamingen. Mankepoot, doofstomme, mongooltje… En voor mensen die een beperking hebben, is het echt zoeken naar een correcte omschrijving. Het woord handicap alleen al heeft een negatieve bijklank gekregen. Nog steeds veel mensen associeren een handicap met ‘niet goed bij je hoofd zijn’ of dat je minderwaardig bent. Maar het woord beperking is naar mijn idee evenmin ideaal.

Zelf heb ik niet alleen een nierziekte, ik ben ook zwaar slechthorend. (nee, ik wil niet voor gehoorgestoord of auditief gehandicapt uitgemaakt worden.) Vroeger op school, toen ik in groep 8 zat, kreeg mijn moeder op het schoolplein de indruk dat het een andere moeder schijnbaar dwars zat dat ik een hoger schooladvies had gekregen dan haar dochter. Alsof gehoor daar iets mee te maken heeft.

‘Niet alle nierpatiënten zijn na hun transplantatie weer helemaal oké. Ons gebrek aan energie is geen aanstellerij’

Een andere situatie. Een vriendin van mij ziet wat minder goed, zeker in het donker (nee, noem haar geen blinde vink). Laatst vertelde zij me dat als ze met haar stok loopt, voorbijgangers haar weleens bij de arm pakken om te ‘helpen’. Ook als ze aan iemand vraagt waar de uitgang is, wordt ze ongevraagd daarheen gesleept. Meestal houdt ze zich van de domme en vraagt liefjes: ‘Oh, moet je er langs?’ Dan druipen mensen meestal wel af. Beperkt zicht hebben, maakt je nog niet afhankelijk van anderen.

Gebruik van een bepaald woord kan zelfs bepalend zijn voor je loopbaan. Solliciteer je naar een kantoorfunctie en geef je daarbij aan dat je niet ver kunt lopen, dan zal een sollicitatiecommissie daar waarschijnlijk geen punt van maken. Staat er in je cv dat je in een rolstoel zit, dan kan dat weer wel als probleem worden gezien. Al willen ze je (die arme invalide) vast ook wel ‘helpen’ naar de uitgang.

Maar omgekeerd kan ook: dat de verwachtingen hoger zijn dan de werkelijkheid. Veel mensen denken dat je na een niertransplantatie weer helemaal oke bent: van werkgevers tot medewerkers van het UWV. En dat je rustig 40 uur per week kunt werken. Bij mij en veel andere transplantatiepatienten (het woord patient wordt trouwens ook niet altijd politiek correct gevonden) is dat niet haalbaar. Ons gebrek aan energie is geen aanstellerij. Maar probeer dat maar eens uit te leggen en tegelijk politiek correct te blijven.

Bianka kreeg een donornier van haar vader. Ze schrijft in Wisselwerking en op deze site over de invloed van nierproblemen op haar dagelijksleven.

Meer lezen? Ga naar de columns van Bianka.