Optimaal herstel na COVID-19


Translate
Select the tekst you want to translate and then choose ‘Translate’. You can choose to
listen or to read the translated text.

Gepubliceerd op 19 april 2021

Uit de praktijk van… een nierdiëtist

Ook na genezing van COVID-19 kunnen fysieke klachten (nog) lang aanhouden. Nierdiëtist Lara Bartelds geeft voedingsadviezen die helpen om op krachten te komen. Maar eerst gaat zij in op de gezondheidsproblemen die de ziekte zoal veroorzaakt.

Van de mensen die corona oplopen, heeft de grootste groep geen ziekenhuisopname nodig. Maar dit betekent niet dat dat zij geen last van langetermijneffecten zullen hebben, zoals vermoeidheid, kortademigheid, benauwdheid, reuk- en smaakveranderingen en slikproblemen. Voor zover bekend, herstellen mensen van COVID-19 na 2 tot 6 weken. Ziekteverschijnselen kunnen echter weken tot maanden aanhouden of terugkeren na eerder herstel. Dit geldt ook voor mensen die een mild ziekteverloop hebben én het kan voorkomen bij jong en oud.

Geen reuk en smaak

Bijna iedereen die COVID-19 heeft gehad – hetzij met een mild, hetzij met een ernstig verloop – geeft aan dat deze infectie moe maakt. De ernst hiervan verschilt van een beetje afgemat tot totaal uitgeput. Dit is niet vreemd, want virussen tasten al je reserves aan en tegelijk maakt je afweersysteem overuren om de ziekte te bestrijden. De vermoeidheid is een signaal: je lichaam moet nog bijkomen van de geleverde strijd. Daar komt bij dat de meeste mensen die met corona besmet zijn (geweest) een verminderde eetlust hebben (gehad). Bekende COVID-19-symptomen als verminderde reuk en smaak dragen er bovendien niet aan bij dat je zin in eten krijgt.

Spiermassa verliezen

Wanneer u als gevolg van ziekte, in combinatie met minder eetlust, gewicht verliest, wordt vaak ten onrechte gedacht dat vetreserves worden afgebroken. Wat daadwerkelijk gebeurt, is dat er spiermassa verloren gaat. Ook wanneer u zwaar bent, is gewichtsverlies bij ziekte niet wenselijk!

Gezonde mensen die een week in bed liggen en niets doen, verliezen al ongeveer 1 kilo spiermassa. Wanneer u ziek bent, gaat dit harder. Bij milde klachten kan dit om enkele kilo’s in een week gaan tot wel 15 à 20 kilo spiermassaverlies na 3 weken op de intensive care en een ernstiger verloop. Optimaal herstel na COVID-19 Je merkt dan meestal dat elke beweging er een te veel is.

Wederopbouw

Het is duidelijk dat het lichaam bouwen brandstoffen nodig heeft om te herstellen en op krachten te blijven. Dit is belangrijk tijdens en ná ziekte. Deze bouwstoffen zitten in de eiwitten van onze voeding. Als je die niet via het eten binnenkrijgt, spreekt het lichaam de eiwitvoorraad in de spieren aan. Dit veroorzaakt het eerder genoemde spiermassaverlies, wat begint bij de arm- en beenspieren.

Als niet snel genoeg iets aan het eiwittekort wordt gedaan, volgt afbraak van de spieren rond organen als hart en longen. Zo ontstaat een vicieuze cirkel: de ziekte leidt tot verminderde eetlust en verminderde voedsel inname, dit leidt tot ondervoeding, ondervoeding heeft afbraak van spiermassa tot gevolg en door die afbraak hebben mensen onvoldoende reserves om beter te kunnen worden. Energie-opbouw, beweging én eiwitten vormen dan ook de eerste stappen op weg naar lichamelijk herstel.

Eiwitten en nierziekte

Mensen die in de predialyse fase zitten, volgen vaak een eiwitarm dieet. Maar wanneer u gewicht verloren hebt door ziekte, is het belangrijk te voorkomen dat u meer gewicht verliest. Tijdelijk eiwitrijker en eventueel energierijker eten kan dan nodig zijn. Bij dialyse krijgen mensen al een eiwitverrijkt dieet, omdat deze behandeling eiwittekort tot gevolg heeft. Ook dan is het belangrijk nóg eiwitrijker te gaan eten, vooral wanneer sprake is van gewichtsverlies.

Wanneer u redelijk aan uw eiwitten komt en tegelijk onvoldoende energierijk eet, slaat de balans de verkeerde kant op. U blijft dan afvallen. Eiwit wordt dan namelijk als brandstof gebruikt ipv als bouwstof.

Wist u dat…

Eiwitten zitten met name in vlees, vis, gevogelte, vleesvervangers, zuivel, eieren, noten, pinda’s en peulvruchten. Afhankelijk van uw kaliumwaarden kunt u dit eten. Maar als u zo meer kalium binnenkrijgt dan uw dieet voorschrijft, is het raadzaam met name zuivel, noten, pinda’s en peulvruchten in mindere mate te gebruiken.

Hoge fosfaatwaarden

Wanneer u hoge fosfaatwaarden hebt en fosfaatbinders gebruikt, is het niet verstandig uw eiwitinname beperkt te houden. Wellicht is noodzakelijk om tijdelijk de hoeveelheid fosfaatbinders op te hogen en/of te wijzigen van soort. Fosfaatbinders neemt u meestal met uw hoofdmaaltijd. Eet een eiwitrijk toetje (liefst kwark) er meteen achteraan en niet pas een tijdje later. Zo kunnen de fosfaatbinders optimaal hun werk doen.

Vitamine D en corona

Bij aanhoudende vermoeidheid is raadzaam bij uw arts na te gaan hoe uw vitamine D gehalte ervoor staat. Er is nog onvoldoende onderzoek naar gedaan, maar er lijkt een wisselwerking te zijn tussen vitamine D en het coronavirus. Van lage vitamine D gehaltes in uw bloed is bekend dat u zich daardoor extra vermoeid kan voelen, tevens is vitamine D nodig voor spieropbouw. Naast vitamine D kan, indien nodig, ook gebruik gemaakt worden van medische bijvoeding om aan te sterken.

Plan van aanpak

  • 2 keer per week wegen op een vast moment op een vaste dag.
  • Streven naar een stabiel gewicht voor tenminste 6 tot 8 weken.
  • Bij voorkeur zuiveldranken drinken (ook bij een eventuele vochtbeperking): varianten op basis van koemelk, geitenmelk en soja zijn prima. Alternatieven op basis van amandel, haver en rijst bevatten niet of nauwelijks eiwit en zijn geen goed alternatief.
  • Als u een vochtbeperking hebt, denk dan aan kwark, skyr(drink), volvette Griekse yoghurt of een variant hiervan op basis van soja. Al deze producten bevatten per 100 ml meer eiwit dan normale yoghurt of vla.
  • Bij voorkeur hartig broodbeleg als: kaas, vleeswaren, vis, ei, pindakaas of notenpasta.
  • Als u niet veel brood kunt eten, kunt u wellicht uw boterham wat royaler beleggen.
  • Wanneer het niet lukt de warme maaltijd helemaal op te eten, eet dan alleen het stukje vlees, vis, gevogelte of vleesvervanger op, gevolgd door het toetje. Dit is nu belangrijker dan het eten van de groenten en zetmeel (denk aan rijst, pasta, aardappel).
  • Denk naast de hoofdmaaltijden ook aan 3 tussen[1]doortjes die energie- en eiwitrijk zijn. Dit kan een plakje kaas of vleeswaren uit het vuistje zijn, een handje noten, een zuivel[1]product of nog een boterham, een cracker of beschuit met hartig beleg.

Vragen?

Hebt u vragen over de toepassing van deze adviezen voor u persoonlijk? Zoek dan contact met een diëtist die gespecialiseerd is in nierziekten of mail naar redactie@nvn.nl.

Tekst: Lara Bartelds (nierdiëtist Meander MC)

Foto: iStockphoto.com