Afgekeurd, maar niet afgeschreven

April 2016

In tranen loop ik het gebouw van de uitkeringsinstantie uit. Ik ben herkeurd. Sinds de Participatiewet in 2015 van kracht werd, leef ik in grote onzekerheid: zou ik mijn Wajong-uitkering kunnen behouden (Wajong staat voor: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten)? Het UWV beoordeelt opnieuw of iedereen die deze uitkering ontvangt, daar daadwerkelijk recht op heeft.

Angstscenario's doemen als vanzelf op. Ik word eruit gegooid vanwege bezuinigingen. Ik raak dan mijn uitkering kwijt en daarmee mijn onafhankelijkheid. Vanwege mijn gezondheidsproblemen zal het zeer lastig worden om werk te vinden en voldoende werkuren vol te maken om van te kunnen leven. Bovendien zal ik, als ik mijn inkomen kwijtraak, de huur voor mijn lieflijke appartementje niet kunnen opbrengen… Hallo, doos onder de brug.

Maar daar huil ik niet om. Het gesprek verliep daarnet goed, en ik kon kalm mijn verhaal vertellen. Over mijn beperkingen, en hoe een willekeurige dag verloopt. Overdrijven was niet nodig. Ik had zelfs de neiging mijn gezondheidsklachten af te zwakken, confronterend als die zijn. Toch begreep de beoordelaarster dat mijn arbeidsvermogen laag is. En dus werd ik afgekeurd.

En nu komen de tranen. Jawel, ik heb mijn inkomen weten te behouden. Ik heb zekerheid. De doos onder de brug zal geen werkelijkheid worden. Mijn situatie blijft hetzelfde als in de jaren hiervoor, dus mijn angst voor verandering bleek ongegrond. Waarom voel ik mij dan toch zo ellendig? Afgekeurd wegens ’niet genoeg arbeidsvermogen’. Dat voelt als afgeschreven worden. Ironisch is dat ik mij, voor het eerst sinds tijden, qua gezondheid beter voel. Legt de overheid de lat mogelijk te hoog? Tel je nog wel mee als je niet werkt?

Het kost me een paar maanden om die herkeuring te verwerken. Wie ben je als je niet werkt? Wat is dan je identiteit? Als kind koester je grote dromen: ooit wilde ik piraat worden. Tegelijk groei je op met het idee dat je een soortgelijk leven gaat leiden als de grote mensen om je heen. Huisje, boompje en beestje. En een kantoor. Dat dit pad voor mij anders loopt, daar moet ik nogal aan wennen. Opluchting is wel dat ik mijn huis niet zal kwijtraken. Met die gedachte begin ik voorzichtig met het tellen van mijn zegeningen. Mijn huis is echt mijn thuis. Ik doe er toe voor familie en vrienden: met anderen samenzijn is inspirerend en verrijkend. En als ik oververmoeid ben of ziek word, nadat ik iets leuks heb gedaan, dan hoef ik de volgende dag niet mijn werk af te zeggen. Geen bedrijfsarts op mijn dak.

Hoewel ik nu vrede heb met mijn situatie, ben ik er toch niet open over naar buiten toe. Het blijft een taboe. ‘Zakkenvullers en handenophouders’, is een veelgehoord verwijt in openbare debatten. ‘En dat van andermans belastinggeld!’ wordt er vaak aan toegevoegd. Dat je wel graag zou willen werken maar het niet kan, dat dringt helaas niet tot iedereen door. Met het schrijven van deze column, voel ik mij dan ook kwetsbaar. Een troostrijke gedachte is dat ik niet de enige ben. Een aantal mensen maakt hetzelfde mee. Die groep wil ik het volgende meegeven: als je afgekeurd bent en thuis zit, voel je dan bepaald niet afgeschreven. Dat voel ik me bij nader inzien ook niet.

Bianka Holtermann kreeg een donornier van haar vader. Ze schrijft voor ons ledenblad Wisselwerking over de invloed van nierproblemen op haar dagelijks leven.