Samen is niet alleen

Februari 2016

Relaties met familie en vrienden kunnen bij gezondheidsproblemen onder druk komen te staan en soms juist verbeteren.

Heel vervelend wanneer je merkt dat een vriendin je ineens negeert en het contact laat doodbloeden. Aan de andere kant kost (over)leven me soms al zoveel moeite, dat ik zelf ook contacten heb laten verwateren. Bijvoorbeeld met mensen die vrienden hadden kunnen worden en die dus kennissen bleven…

Gelukkig heb ik tot nu toe altijd een of meer goede vrienden om me heen. Echte vrienden, bij wie ik helemaal mezelf kan zijn. Zij accepteren me zoals ik ben. Juist als ze zelf veel energie hebben, terwijl ik daar nogal eens te weinig van heb.

Zo is mijn beste vriend niet stuk te krijgen. Ik noem maar niet op wat hij allemaal doet, hij heeft fut voor tien.

Een jaar nadat ik was getransplanteerd, gingen we samen een weekje naar Londen. Ontzettend leuk en veel gezien en gedaan. Weliswaar bleek dat mijn vriend had ingeschat dat ik, dankzij de transplantatie, veel meer aankon dan voorheen: mijn tempo viel hem in real life nogal tegen. Maar hij herpakte zich en speelde goed in op wat haalbaar was. Al gauw bestelden we de lekkerste dingen op de vele terrasjes waar we 'even' gingen zitten.

Veel hangt af van hoe je zelf met je ziekte omgaat. Zo probeer ik altijd open te zijn over mijn situatie. Anders trekken mensen misschien ten onrechte verkeerde conclusies. Wanneer ik mij bijvoorbeeld terugtrek omdat ik moe ben, wil ik niet dat ze denken dat ik saai ben of dat er andere misverstanden ontstaan.

En als je zelf geen probleem van je gezondheidstoestand maakt, doen anderen dat ook niet zo snel.

Met mijn familie ligt het anders.

Ik woonde nog thuis toen mijn gezondheid achteruitging, dus mijn ouders en zussen zagen dagelijks wat mijn ziekte inhield en ondervonden rechtstreeks de gevolgen daarvan. Zeker in mijn puberteit leverde dat nogal eens strijd op. Ik liet me niet zomaar iets vertellen op mijn zestiende. Bovendien was ik een behoorlijke stresskip en dat had zijn weerslag op de rest van het gezin.

Na de transplantatie werd ik rustiger en nu haal ik eerder mijn schouders op als er iets tegenzit. Ook ben ik veel hechter met mijn familie dan vroeger. Hoewel ik al een tijd het huis uit ben, zie ik mijn ouders meestal eens per week. Uit gesprekken met mijn moeder en mijn oudste zus put ik veel steun.

Daarnaast ben ik een vaderskindje geworden. We delen iets heel bijzonders: ik heb een nier van hem ontvangen, en kreeg daarmee mijn leven terug. Sindsdien merk ik dat ik mijn vader soms op een voetstuk plaats. We kibbelen nog steeds wel af en toe met elkaar, maar ik kan er niet goed tegen als iemand anders kritiek op hem heeft. Dan spring ik gelijk in de verdediging, want van mijn vader blijf je af!

Bianka Holtermann kreeg 8 een donornier van haar vader. Ze schrijft voor ons ledenblad Wisselwerking over de invloed van nierproblemen op haar dagelijks leven.