5 vragen aan de nieuwe NVN-directeur

Gepubliceerd op 02 september 2019

Vandaag begint Marja Ho-dac als directeur van de NVN. Leer haar alvast kennen via de 5 vragen die we haar stelden.

1 Wil je in het kort iets over jezelf en je loopbaan vertellen?

‘Mensen beter laten worden, is mijn motto. Ruim 20 jaar heb ik daar als internist-nefroloog aan gewerkt. Eerst in het AMC, daarna in het Zaans Medisch Centrum. Beter worden, betekende voor mijn patiënten niet altijd weer helemaal gezond worden, maar ook beter worden in het omgaan met ziekte. Ik vind dat goede zorg niet alleen om medische kennis en vaardigheden draait, het gaat niet alleen om de vraag: ‘What’s the matter?’ Artsen moeten ook stilstaan bij de persoonlijke zorgen en behoeften van een patiënt, bij de vraag: ‘What matters to you?’

Mijn interesse in de zorg stopt niet bij mijn werk als arts. Deze gaat verder. Ik wil niet alleen op individueel niveau mensen beter laten worden, ik wil er ook aan bijdragen dat teams en organisaties beter worden. Zo werd ik voorzitter van de medische staf in het Zaans Medisch Centrum en later lid van de raad van bestuur van de Zorggroep Alrijne.

Als NVN-directeur keer ik terug naar werk, waarbij ik direct met patiënten en hun naasten te maken heb. Dat voelt goed, want dat is waar het in de zorg uiteindelijk om gaat!

Naast mijn professionele loopbaan ben ik moeder van 3 kinderen, de jongste is 17 en woont nog thuis. De 2 oudsten studeren. Mijn man is ondernemer. Ik houd van tuinieren, sporten en koken. Ook geniet ik ervan als de kinderen met hun vrienden bij ons bivakkeren en mijn man en ik mogen meegenieten van hun verhalen. We gaan graag met de kinderen op reis. Deze zomer waren we met het hele gezin op Sri Lanka.’

2 Hoe bevalt de overstap van arts naar bestuurder?

‘Afscheid nemen van mijn patiënten vond ik heel moeilijk. Je hebt met sommigen jaren meegeleefd, en zij met jou.

Maar ik wilde graag op een andere manier verschil proberen te maken. Ik merkte dat de zorg vaak helemaal niet zo optimaal georganiseerd is als we zouden willen. Patiënten, maar ook zorgverleners, struikelen letterlijk over obstakels in de zorgprocessen. Daardoor maken we niet optimaal gebruik van de mensen en middelen die er zijn. Als arts kun je dat 1 op 1 met je patiënt aanpakken, maar ik merkte dat als je processen verbetert, je veel meer mensen kunt helpen. Denk aan: het invoeren van procedures om fouten te vermijden, het werken aan patiëntveiligheid, maar ook aan het opstellen van richtlijnen, waarbij je patiënten betrekt.

In het Zaans Medisch Centrum werkte ik hier op de dialyseafdeling aan, later deed ik dat voor het hele ziekenhuis. Mijn aanpak baseerde ik onder andere op de Lean-filosofie: daarbij ga je allereerst uit van wat voor patiënten belangrijk is. Daarnaast is van belang dat medewerkers zich ontwikkelen. De combinatie van ontwikkeling van mensen en processen, met als doel de zorg voor patiënten verbeteren, past helemaal bij mij.

Bij de Zorggroep Alrijne ging ik ook met de Lean-methode aan de slag. Daar merkte ik dat je binnen zo’n grote organisatie, met 3 ziekenhuislocaties en 2 verpleeghuizen, veel meer bezig bent met brandjes blussen dan met het ontwikkelen van mensen en het beter maken van de zorg. De NVN voelt daarom om verschillende redenen als terugkeren naar huis: weer dichtbij de patiënten en terug bij de nierzorg. Ook kijk ik ernaar uit te werken in een organisatie met gedreven mensen en samen zoveel mogelijk doen met de tijd en de middelen die beschikbaar zijn. Met als doel de zorg elke dag een stapje vooruit te brengen.’

3 Je hebt een proefschrift geschreven over buikdialyse: het heeft een prijs gewonnen. Hoe komt het dat jouw proefschrift zo opviel?

‘Tijdens mijn coschap interne geneeskunde op de afdeling nefrologie in het AMC zag ik dat patiënten die buikdialyse deden, vaak buikvliesontstekingen kregen, waardoor ze moesten stoppen met buikspoelen. In samenwerking met professor Ray Krediet en dr. Els Boeschoten ging ik onderzoeken of je bij gebruik van andere vloeistoffen langer buikdialyse zou kunnen doen. Met nieuwe vloeistoffen bleek dat inderdaad mogelijk. Dit was echt belangrijk voor patiënten en hun kwaliteit van leven. En dat was de reden dat de Nierstichting een prijs voor het proefschrift toekende.’

4 Wat is het belangrijkste dat je komend jaar wilt bereiken?

‘Belangrijke mijlpaal is natuurlijk de nieuwe donorwet. Hopelijk neemt hierdoor het aantal donoren toe, waardoor meer mensen een niertransplantatie kunnen ondergaan. Maar we moeten niet vergeten dat voor veel patiënten transplantatie geen optie is. Ook voor hen moet de NVN er zijn.

Zelf heb ik veel interesse in wat een patiënt zelf zou kunnen doen binnen zijn of haar behandeling. Hoe zorg je dat je ziekte niet je hele leven bepaalt? Wat is daarvoor nodig en welke invloed hebben diverse levensfasen hierbij? Ook de ontwikkeling rond PGO’s (persoonlijke gezondheidsomgeving: een app of site waarmee u toegang hebt tot uw eigen gezondheidsgegevens, red.) hangt hiermee samen. De ene patiënt zal alles uit een dossier willen lezen en begrijpen, de ander juist niet. Hoe gaan we daar als NVN mee om?

De eerste maanden zal ik vooral kijken wat er allemaal al gebeurt. Dat is veel goeds, is mijn indruk. Daarna ga ik met het bestuur, op basis van input van NVN-leden en andere belanghebbenden, een nieuw beleidsplan opstellen. Daarin behouden we wat goed gaat en richten we ons op nieuwe doelen die voor nierpatiënten en hun naasten van belang zijn.’

5 Slechtste eigenschap? En beste eigenschap?

‘Die moeten anderen maar ontdekken: ik ben benieuwd.’

Bron: Wisselwerking augustus 2019

Marja Ho-dac