In de wacht staan

Gepubliceerd op 11 januari 2021

We bevinden ons inmiddels in een periode van ‘niet weten waar we aan toe zijn’. Een tijdje geleden waren we euforisch over het groene licht, over het feit dat we definitief een match zijn. Inmiddels is dat overgegaan in een soort gelatenheid. We weten ook dat als alle voorbereidende onderzoeken voor de donatie en transplantatie positief zijn afgerond, dat niet betekent dat je direct de dag erna geopereerd wordt. We krijgen zelfs een ‘waarschuwing’: ‘Ga er maar vanuit dat de wachttijd voorafgaand aan de operaties als ‘veel te lang’ voelt.

Voor John staat nog een onverwacht bezoekje aan de longarts in de agenda. Het kuchje dat hij na inspanning steeds heeft, is voor de nefroloog aanleiding dit nader te laten onderzoeken. Het zal wel gerelateerd zijn aan zijn conditie, maar er wordt niks aan het toeval overgelaten.

De longfunctie was bij een laatste meting niet goed genoeg, waardoor deze na 2 weken opnieuw moet worden gemeten. Toch weer een zorg. Achteraf zorg voor niks. De eerste meting blijkt door gebruik van een verkeerd mondstuk niet goed gegaan. Dus niks aan de hand, de tweede keer wordt een prima longfunctie vastgesteld. Normaal ben je dan alleen opgelucht, nu brengt deze misser ook meteen een andere emotie met zich mee. Noem het frustratie of boosheid. Weer 2 weken verloren, weer langer wachten op die oh zo belangrijke ingreep.

Corona beheerst alles: ook het traject van onze operaties, ik krijg er een korter lontje van

En dan heb ik het nog niet eens over corona gehad. Door dit virus en de daarbij komende maatregelen, wordt ons geduld extra op de proef gesteld. Na de herfstvakantie neem ik me voor de knop om te zetten en me volledig op mijn lesgeven te storten. Ik stel me erop in dat de donatie en transplantatie op zijn vroegst half december mogelijk worden. Ik wil loslaten tot nader order. Maar het lukt me niet, mijn lontje is korter dan gebruikelijk. Zodra iets niet gaat zoals ik het gepland heb, reageer ik feller, tranen zitten hoog. Collega’s zijn begripvol, maar ik baal soms zo van mezelf en die corona.

Zo was ik een paar keer licht verkouden en moest ik me telkens op corona laten testen. Gelukkig bleek steeds weer dat ik geen COVID-19 had. Weliswaar merkte de nefroloog onlangs op dat het beter is om het virus voor de transplantatie te krijgen dan erna. NIET krijgen is uiteraard beter, daar ga ik liever voor. Dus blijf ik buitenshuis constant op mijn hoede met mondkapjes en afstand houden: corona beheerst alles. En het vertraagt mogelijk het traject van onze operaties.

Wanneer ik deze column tik, worden de berichten langzaamaan iets positiever. Het aantal besmettingen en ziekenhuisopnames loopt wat terug. Heel voorzichtig durven we te hopen dat binnen niet al te lange tijd een transplantatiedatum bekend wordt. Dus nog even volhouden, hoop doet leven.

Noot van de redactie: Inmiddels hebben John en Marike een datum voor de transplantatie gekregen; binnenkort worden ze geopereerd! We wensen hen allebei veel sterkte!

Marike Burgers wil een nier aan haar man John doneren. Ze neemt u mee in dit ‘avontuur’ en haar leven met een zieke partner.

Lees alle columns van Marike: In tegenspoed.