Fijne dokters, minder fijne dokters

Oktober 2016

Je hebt dokters die enorm mompelen, die meeleven met alles wat je overkomt of die juist alles beter weten. Ik heb met allemaal te maken (gehad).

Met mijn nefroloog heb ik goed contact. In de bijna tien jaar dat ik onder haar behandeling sta, is mijn nierfunctie behoorlijk veranderd. Daarbij ben ik goed begeleid. Ik voel mij op mijn gemak bij haar en kan vrijuit praten. Op dit moment is de donornier stabiel, zodat ik maar eens per half jaar op doktersbezoek hoef. Wel kan ik altijd bellen of mailen als ik mij zorgen maak. Op een keer was ik zo erg verkouden dat ik zelfs koorts kreeg. Ik vroeg me af of alles hierdoor nog wel snor zat met mijn nieren en mocht gelijk de volgende ochtend al langs komen, nog vóór mijn arts haar eerste afspraak op de polikliniek had. Klasse.

Hoe anders dan de dokter van de kinderafdeling, die ruim 10 jaar terug mijn ouders het nieuws moest brengen dat mijn nieren het niet goed deden. Hij stelde dat ik niet zo rond kon blijven lopen. En dat ik wel dood kon gaan als er niets aan gedaan werd. Niet bepaald de meest subtiele manier van communiceren. Waarschijnlijk was de arts zelf enorm van de uitslag geschrokken. Maar hij had er rekening mee kunnen houden dat mijn familie die dag al een schok te verwerken had gekregen: ik was aangereden door een bus (als ik iets doe, doe ik dat zeer grondig) en lag daarvan in de kreukels.

Hoeveel pech kan een mens op 1 dag hebben?

Doorgaans stel ik me in de spreekkamer actief op bij gesprekken over mijn behandeling. Tegelijk ken ik niet alle ins en outs van de nierwetenschap. Als de nefroloog zegt dat de uitslagen goed zijn, dan vertrouw ik daarop. Ik wil altijd wel mijn creatinine weten. Een vriendin van mij verdiept zich intensief in alles wat met haar behandeling samenhangt, soms komt ze met een begrip aanzetten dat ik niet ken. Anders dan zij wil ik misschien niet eens alles weten. Maar als ik een vraag heb, wat voor vraag dan ook, dan aarzel ik niet om die te stellen. Doet u dat ook?

Ook krijg ik de mogelijkheid om zelf keuzes te maken, bijvoorbeeld over het ziekenhuis waar ik onder behandeling wil staan. Het streekziekenhuis of het UMC in Utrecht? Ik koos voor die laatste, omdat ik daar getransplanteerd moest worden. Qua afstand maakt het voor mij toch weinig verschil. En ik ben nog altijd blij met mijn keuze. Ik wisselde enkel van nefroloog toen ik volwassen werd, maar voor de rest heb ik dezelfde gehad. Dat vind ik fijn. Het was een geruststelling om een bekend gezicht te zien, toen ik vanwege mijn transplantatie in het ziekenhuis lag.

Bij mijn volgende doktersbezoek krijg ik een medicatiegesprek. Hierin bespreken we een eventuele overstap van het anti-afstotingsmedicijn Prograft naar Advagraf en word ik voorgelicht over de voor- en nadelen daarvan. En dat betekent een nieuwe keuze. Wil ik overstappen of niet? Ik weet nu nog niet wat ik zal beslissen. Misschien goed om even naar www.nierwijzer.nl te surfen. Daar kun je filmpjes bekijken van patiënten die over hun ervaringen met verschillende behandelvormen vertellen. Brengt wellicht verhelderende inzichten.

Bianka Holtermann kreeg 8 een donornier van haar vader. Ze schrijft voor ons ledenblad Wisselwerking over de invloed van nierproblemen op haar dagelijks leven.