Lekkerbek aan de pillen

December 2018

Ik zie ze vliegen. Aldoor zie ik pizza’s in mijn blikveld opdoemen. Och, wat heb ik daar zin in. Terwijl ik daar anders bijna nooit trek in heb. Maar sinds ik mezelf een limiet aan lekkernijen opleg, kan ik even nergens anders meer aan denken.

Vorig jaar vroeg ik mij af of mijn gewicht zou blijven toenemen. Zou ik in een tijdsbestek van 10 jaar van mager naar mollig gaan? Minder snacken bleek te helpen om op gewicht te blijven. Emmers met snoeptomaatjes gingen er doorheen. Soms gaf ik toch toe aan de behoefte om te snoepen en kocht ik een rol koekjes die te snel opging. Maar daardoor wist ik het ook beter vol te houden. Mijn gewicht blijft nu stabiel. En nog belangrijker: ik zit lekker in mijn vel.

Als transplantatiepatiënt moet ik niet alleen rekening houden met dikmakers. Sommige voedingsmiddelen zijn om andere redenen minder geschikt. Zoute soepjes bijvoorbeeld. Of infectiegevoelige vleeswaren: zo kunnen leverworst en paté je besmetten met hepatitis E, zeker als je afweersysteem onderdrukt wordt door de anti-afstotingsmedicijnen. En softijs geeft verhoogde kans op besmetting met salmonella.

Ik zie weleens online een discussie voorbij komen over wat je beter niet kunt eten als getransplanteerde. Wat me dan verbaast, is de hoeveelheid mensen die zich daar totaal niets van aantrekt. Een keertje zondigen vind ik oké, anders zie je ze ook vliegen. Maar iedere week rauwe vlees of vis?

Geen softijsjes, geen paté... Maar helemaal geen kaas?
Dat gaat me te ver

Zelf probeer ik de eetadviezen van de artsen zo goed mogelijk na te leven. Afgelopen zomer verbleef ik een weekend in Lille en wilde ik een ijsje. Fransen die Engels spreken, kwam ik niet tegen, maar ik koos voor een ijsje met een naam die me het meest veilig leek. Misleidend, want het bleek alsnog softijs. Ik heb het toen wel opgesmikkeld, maar dat doe ik toch geen tweede keer.

Ik ben dus alert op infectiegevoelige waren. Verder heb ik geen zogeheten eetbeperkingen, zoals veel andere nierpatiënten. Daar had ik trouwens wel voor kunnen kiezen. Van de anti-afstotingsmedicijnen krijg ik namelijk een hoge bloeddruk en daar krijg ik ook weer pillen voor. Waar ik (in eerste instantie) duizelig van werd. ‘Is er een alternatief voor die pillen?’ vroeg ik. ‘Ja,’ zei mijn nefroloog, ‘een strikt zoutarm dieet. Dus geen kaas en..’ Ho, stop daar maar! Geef die pillen! Ik wil heus wel matigen, maar helemaal geen kaas meer? Dat gaat me te ver.

En de pizza die ik laatst at? Of ik de lekkere smaak in mijn hoofd groter maakte dan die werkelijk is of dat ik het zout nu duidelijker proef, ik weet het niet. Maar die stelde me teleur.

Bianka Holtermann kreeg een donornier van haar vader. Ze schrijft en blogt over de invloed van nierproblemen op haar dagelijks leven. Haar blogs verschijnen ook in ons ledenblad Wisselwerking.