Kalium, goed of gevaarlijk voor nierpatiënten?


Translate
Select the tekst you want to translate and then choose ‘Translate’. You can choose to listen or to read the translated text.

Veel nierpatiënten krijgen het advies om minder kalium te eten. Te veel kalium in het bloed kan namelijk schadelijk en zelfs gevaarlijk zijn. Tegelijk loopt er onderzoek naar de gunstige effecten van kalium toevoegen voor nierpatiënten... Hoe zit dat? Arts-onderzoeker Michiel Wieërs (Erasmus MC) geeft uitleg.

Tekst: Charlotte Zwager (arts-onderzoeker Amsterdam AMC)

Wat is de aanleiding voor jullie onderzoek?

‘Patiënten met nierschade krijgen verschillende dieetadviezen, waaronder zoutarm en kaliumarm eten. Maar er zijn juist aanwijzingen dat kalium een beschermende rol kan spelen bij mensen met nierproblemen. Uit eerder onderzoek is gebleken dat bij nierpatiënten die veel producten met kalium eten de nieren minder snel achteruit gaan dan bij patiënten die kaliumarm eten. In die studies is gekeken naar de hoeveelheid kalium in de urine. Dat is een maat voor hoeveel kalium mensen via hun voedsel binnenkrijgen.’

Wat is kalium eigenlijk en wat doet het in het lichaam?

Kalium is een mineraal dat je binnenkrijgt via voeding. Het zit in vrijwel alle voedingsmiddelen, onder andere in aardappelen, groente, fruit, koffie, melkproducten, noten en peulvruchten.

Kalium is nodig voor belangrijke lichaamsprocessen. Het regelt de vochtbalans, de bloeddruk en een goede werking van het hart. Ook zorgt het ervoor dat de zenuwen signalen kunnen doorgeven en dat spieren zich kunnen samentrekken.

Bijna iedereen eet te veel zout en daardoor krijgen steeds meer mensen een hoge bloeddruk. Veel minder bekend is de rol van kalium. Kalium kan de bloeddruk verlagen en zo bescherming bieden tegen hart- en vaatziekten. Helaas eten de meeste Nederlanders juist te weinig kalium. De aanbevolen hoeveelheid is 3½ tot 5 gram per dag. Veel Nederlanders eten minder: ongeveer 2 gram kalium per dag.’

Het is belangrijk dat het kaliumgehalte in je lichaam niet te laag of te hoog wordt. Hoe zit dat precies?

‘De nieren regelen de hoeveelheid kalium in het lichaam. Wat je te veel binnenkrijgt, plas je weer uit. Een teveel aan kalium komt zelden tot nooit voor bij gezonde personen.

Een te hoog kaliumgehalte in je bloed, ook wel hyperkaliëmie genoemd, kan ontstaan als de nieren niet goed werken. Het lukt de nieren dan minder goed om kalium uit te scheiden. Het overschot aan kalium in je bloed kan vervolgens ernstige gevolgen hebben als hartritmestoornissen of zelfs een hartstilstand. Je kunt ook last krijgen van misselijkheid en duizeligheid, van spierkramp, spiervermoeidheid en spierverlamming.’

Wanneer spreek je van een te hoog of te laag kaliumgehalte?

‘Als het kaliumgehalte in het bloed gelijk of hoger is dan 5.5 mmol per liter, noemen we het te hoog: een mol is een scheikundige meeteenheid voor een hoeveelheid deeltjes en mmol staat voor een duizendste deel van een mol. Onder 3.5 mmol per liter is het te laag.

Bij nierpatiënten gaat het meestal om een te hoog kaliumgehalte in het bloed. Heel soms is het te laag, meestal bij specifieke aandoeningen van de nierbuisjes, zoals het syndroom van Bartter en het syndroom van Gitelman.

Het klinkt misschien vreemd, maar bij een te laag gehalte kun je dezelfde symptomen krijgen als bij een teveel aan kalium: je kunt last krijgen van misselijkheid en duizeligheid: van spierkramp, spiervermoeidheid en spierverlamming.’

Kan een te hoog kaliumgehalte je plotseling overvallen?

‘Alleen in bijzondere situaties kan het kaliumgehalte zeer snel veranderen. Bijvoorbeeld als er bij een ongeluk plotseling veel spierweefsel stuk gaat. Dan komt er een gevaarlijke hoeveelheid kalium vrij, want de spiercellen zijn in je lichaam de grootste opslagplaats van kalium.

Ook bij bepaalde medicijnen als NSAID’s (soort pijnstillers), cotrimoxazol en RAAS-remmers kan het kaliumgehalte zeer snel veranderen.

De verandering van het kaliumgehalte door slecht werkende nieren verloopt meestal geleidelijk en wordt opgemerkt tijdens controles in het ziekenhuis. Soms kan de nierfunctie acuut achteruit gaan en dan zie je ook een te hoog kalium.’

Wat zoeken jullie uit in de Kaliumstudie?

‘Kalium heeft voor mensen met nierschade twee kanten. Aan de ene kant kunnen nierpatiënten, net als gezonde mensen, baat hebben bij de voordelige effecten van kalium: het vermindert de kans op een hoge bloeddruk en daarmee op een beroerte, hartinfarct en snelle achteruitgang van de nierfunctie. Maar aan de andere kant kan bij mensen met nierschade, zoals we al aan het begin van dit interview vertelden, een overschot aan kalium in het bloed ontstaan, doordat de nieren dit kalium onvoldoende kunnen uitscheiden.

Wij willen weten of een kaliumsupplement (toevoegen van kalium) helpt om verdere achteruitgang van nierschade te voorkomen bij mensen met een nierfunctie tussen 15 en 44%. En of zij dit supplement veilig kunnen krijgen zonder dat het kaliumgehalte in hun bloed te hoog wordt.

We doen hiervoor landelijk onderzoek waaraan 400 nierpatiënten kunnen meedoen. De proefpersonen slikken capsules met kalium waarmee ze (samen met hun dagelijkse voeding) de dagelijks aanbevolen hoeveelheid kalium binnenkrijgen. Andere proefpersonen krijgen een placebo, een nepmiddel zonder kalium. We volgen de onderzoeksdeelnemers twee jaar en meten en vergelijken regelmatig allerlei bloedwaarden, de nierfunctie en de bloeddruk.

Zo willen we het antwoord op de volgende vraag verkrijgen: is na twee jaar de nierfunctie van de mensen die supplementen krijgen, minder achteruitgegaan in vergelijking met de deelnemers die niet de aanbevolen hoeveelheid kalium krijgen?’

Te veel kalium kan schadelijk zijn. Is het dan niet gevaarlijk om kalium aan te vullen binnen jullie onderzoek?

‘Veiligheid is zeker belangrijk in deze studie. Mensen met heel slecht werkende nieren (nierfunctie die lager is dan 15%) kunnen niet meedoen aan ons onderzoek. Ook als je medicijnen gebruikt die een te hoog kaliumgehalte in het bloed kunnen veroorzaken, is deelname niet mogelijk.

Verder stemmen we met alle mensen die aan onze studie meedoen, het volgende af: voorafgaand aan onze studie krijgen zij eerst twee weken kalium, zodat we kunnen zien wat er in het bloed gebeurt. Als dan blijkt dat iemand makkelijk een hoog kaliumgehalte in het bloed krijgt, kan die persoon niet meedoen. En natuurlijk controleren we gedurende het onderzoek regelmatig of de kaliumgehaltes niet te hoog worden.’

Eerder in de Wisselwerking waren uitslagen te lezen van een kleinere studie die voorafging aan het onderzoek dat in dit artikel wordt belicht: die uitslagen wezen uit dat bij 89% van 191 onderzoeksdeelnemers het kaliumgehalte binnen de veiligheidsgrenzen bleef. 11% had wél een wat hoog kaliumgehalte. Dit ging veelal om oudere mensen (70-plus) die bij het begin van de studie al een vrij hoog kalium in het bloed hadden en wiens nieren vrij slecht functioneren.

Voorkomen dat nierschade ontstaat of erger wordt: kalium zou hierbij een sleutelrol kunnen hebben

Als kalium gezondheidsvoordelen heeft: waarom gaan nierartsen dan toch door met het adviseren van kaliumarm eten?

‘De huidige behandelrichtlijnen adviseren een kaliumbeperkt dieet. Er is nu te weinig nieuw bewijs om richtlijnen aan te passen. Nader onderzoek, zoals het onze, is nodig om een definitieve conclusie te kunnen trekken.

Toen destijds het advies voor een kaliumbeperkt dieet werd opgesteld, zijn vooral de risico’s van een te hoog kalium in het bloed zwaar meegewogen.’

Wat kunnen de uitkomsten van de Kaliumstudie betekenen voor nierpatiënten?

‘Als inderdaad blijkt dat kalium bescherming biedt voor de nierfunctie en dat het achteruitgang van nierschade kan voorkomen, betekent dat een omslag. Mogelijk gaan artsen dan een ander advies geven: terwijl veel nierpatiënten nu advies krijgen kaliumarm te eten, mogen ze straks misschien juist meer producten met kalium aan hun eetpatroon toevoegen.’ 

Zegt jullie onderzoek ook iets over het verband tussen kalium in voeding en het kaliumgehalte in je bloed?

‘Wij kijken alleen naar het effect van ons kaliumsupplement. Daarvan weten we exact welke hoeveelheid kalium daarin zit. Onderzoek met voeding is lastiger, omdat vaak onbekend is hoeveel kalium er precies in een bepaald voedingsmiddel zit.

Als je dit wilt doen, moeten deelnemers zich heel zorgvuldig houden aan een voorgeschreven dieet en hun voeding zeer precies afwegen. Moeilijk uitvoerbaar voor proefpersonen en lastig controleerbaar voor onderzoekers. Daar komt bij dat je nauwelijks met zekerheid kunt stellen dat uitkomsten komen door het kalium in het eten, want andere voedingsstoffen hebben ook invloed.

Voor zover wij weten, zijn wij de eersten die het effect van een kaliumsupplement onderzoeken bij nierpatiënten.’

Wanneer is de Kaliumstudie afgerond?

‘Op dit moment zoeken we nog deelnemers. Als alles volgens planning verloopt, verwachten we
over een paar jaar alle data en resultaten binnen te hebben.


Wil jíj meehelpen aan dit onderzoek?

Wil jij de wetenschap vooruit helpen door mee te doen aan het Kaliumonderzoek? Of heb je vragen? Dan kun je mailen naar kaliumstudie@erasmusmc.nl of bellen naar 06 - 34 08 21 23 (tijdens kantooruren).

Het onderzoek wordt gecoördineerd vanuit het Erasmus MC. Meer dan twintig ziekenhuizen, verspreid door heel Nederland, doen mee. Projectleider is professor Ewout Hoorn. Het onderzoek wordt ondersteund door de Nierstichting.


Veel gestelde vraag

Kaliumarm eten is lastig. Is stoppen met een kaliumbeperkt dieet of met kaliumbindende medicijnen een goed idee?

NEE. Stop nooit op eigen initiatief met voorgeschreven medicatie of je kaliumbeperkte dieet. Dit kan gevaarlijk zijn.

De effecten van kaliumsupplementen die in de Kaliumstudie worden gebruikt, zijn nog lang niet zeker. Heb je vragen of twijfels, bespreek die dan met je eigen arts.


Meer weten?

Tekst: Charlotte Zwager (arts-onderzoeker Amsterdam UMC) 

In deze rubriek lees je interviews van nier-onderzoekers van PLAN met collega nieronderzoekers.

PLAN is een organisatie van enthousiaste (jonge) nieronderzoekers: www.nefro.nl/plan

Meer over wetenschappelijk onderzoek lees je ook in ons tijdschrift Nier magazine